Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Als gedachten: Geobserveerd worden

Ons reptielenbrein uit de oertijd geeft ons dikwijls signalen die in onze moderne tijd minder bruikbaar zijn dan vroeger. Of misschien moeten we toch maar eens beter leren luisteren naar dat stukje hersenen.

Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 6 juli 2021
4
39
12
Afbeelding door Mitchell Orr via Unsplash
De man voelde dat er naar hem gekeken werd. Zijn reptielenbrein dat zorgde voor de ‘fight-flight-freeze-respons’* was in volle werking. Hij keek om zich heen en wist dat de stok die hij in zijn handen had, niet voldoende zou zijn om hem te beschermen. Toch niet als zijn tegenstander zwaardere wapens had. Zat zijn vijand in een van de bomen en was hij zijn prooi aan het bespieden? Of lag hij in een hinderlaag juist om de bocht bovenaan de heuvel? Hij slikte even en bestudeerde hoe hij ongezien zich een weg kon banen om de bespieder heen. Als hij in de bomen zat, was hij verloren, dat wist hij. Hij kon moeilijk zowel de grond als de lucht in de gaten houden. Hij moest kiezen. Kiezen is verliezen maar hij hoopte het tegendeel. Hij koos de heuvel en sloop, met dekking van verschillende grote struiken in een grote boog rond de plaats waar hij het onheil vermoedde. Onbewust wreef hij in z’n nekstreek om het gevoel van bespied te worden, weg te vegen. Het voelde vies aan, alsof het bleef kleven aan z’n huid, net als een ziekte die je niet kon afschudden. Nogmaals keek hij achter zich om niet plots overvallen te worden van deze kant, maar zag gelukkig niets. Een plotse lichtflits tussen de struiken boven op de heuvel aan z’n linkerkant bevestigde z’n vermoeden. Daar zat hij dus. Hij mocht niet vergeten dat hij enkel het voordeel van de verrassing had als z’n tegenstander zwaar bewapend was. Eén kans zou hij krijgen om hem uit te schakelen en hij moest die nemen. Na heel voorzichtig voetje voor voetje en van struik naar struik geslopen te zijn, kwam hij op gelijke hoogte van de plaats waar hij zou moeten toeslaan. Liefst zonder een moment te twijfelen. Hier was geen plaats voor genade. Hier was geen tijd om zoete praatjes over vrede te slaan. De stok die hij had geslepen aan een scherpe rots zou met kracht door het lichaam moeten gedreven worden om dodelijk te zijn. Als z’n vijand zwaarder bewapend was, zou hij misschien zelfs geen kans hebben om toe te springen, maar daar durfde hij niet al te veel aan te denken. Hij kende het terrein niet, z’n opponent misschien wel, misschien was zijn eigen leven al voorbij zonder dat hij het wist. Neen, er was geen plaats voor zo’n zwarte gedachten. Hij wreef nog eens werktuiglijk in z’n nek om dat vreemde gevoel kwijt te raken, maar het lukte hem niet. Uiteindelijk zag hij aan z’n linkerkant de tip van een soort schoeisel uit een van de struiken steken. Gebogen en gespannen als een nader sluipend roofdier naderde hij z’n doel. Z’n vijand had hem niet horen komen en bleef op z’n plaats. Nu was hij tot op een meter genaderd en stortte zich met een kreet van inspanning op waar hij de borst en het hart van z’n tegenstander vermoedde. Z’n houten speer stak in het ijle. Het schoeisel was de valstrik geweest en hij keerde zich om maar was te laat. Een gestalte sprong op hem toe. De flits tussen de struiken dat hij had gezien was van een mes. Hij had juist tijd om zijn speer met beide handen voor hem te houden. Het mes boorde zich juist in de schacht van de speer en bleef zitten. Van geluk gesproken, maar het gevecht was niet ten einde. De twee mannen vielen op de grond en probeerden overwicht te winnen op hun tegenstander. Als een wervel draaiden ze om elkaar door de stoffige aarde. De speer met het mes lag na de val een eind van hen vandaan. Uiteindelijk kon hij de man die het mes had vast gehad van zich afsmijten. Een grote kei lag plots onder zijn hand en in één vloeiende beweging had hij die vastgenomen, zich op de versufte man geworpen en toegeslagen. De steen had het hoofd moeiteloos gekliefd. De man blies zijn laatste adem uit.

Hijgend kwam hij recht. “De overwinning is van mij, Abel, zowaar ik Kaïn heet.” Abel draaide zich rond zijn as. Het gevoel dat hij had, was niet minder geworden. Ergens hield men hem nog steeds in de gaten.
… Diep onder de grond zoemden een aantal machines en in het licht van de vele computerschermen stonden twee mannen bedroefd te kijken. Hun observaties in deze zoveelste simulatie waren steevast uitgelopen op een moord. “Heer, er is veel te zeggen voor vrije wil, maar deze schepsels leren niet uit hun fouten.” De oudere man knikte: “Ja, Petrus, ik denk dat ik het uiteindelijk maar opgeef en van mijn pensioen ga leven, want dit is hopeloos!” * ‘Hoe ons oerbrein ons beïnvloedt’ een artikel van Sem Visionair:
4
Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 6 juli 2021
4
39
12

Comments

  • 7 juli
  • 1
Goed geschreven Rudi.
1
  • 6 juli
  • 1
Dat klinkt inderdaad vrij hopeloos...
1
  • 6 juli
  • 1
Mooi schrijfwerk.
1
  • 6 juli
  • 1
Vlot en boeiend geschreven. Precies zoals we Rudy kennen!
1
  • 6 juli
  • 1
Leuk geschreven!
1
Laad meer

Recente en relevant artikelen