Artikel.nl




Editorial Approved Badge

"Attentie, attentie! Ik kondig de noodtoestand af voor de stad Warschau!"

"De Tweede Wereldoorlog eiste de zwaarste tol aan mensenlevens in de wereldgeschiedenis. Meer dan 60 miljoen mensen stierven tijdens de 6 jaar durende oorlog." - Wikipedia.nl

Geschreven door Kasia Poltorak
Gepubliceerd op: 10 juli 2021
4
14
9
auschwitz
auschwitz
Afbeelding door Jean Carlo Emer via Unsplash
En de zomer was prachtig dit jaar...

En plotseling veranderde alles...

Niet alleen het leven om ons heen, het leven van onze naasten. De wereld is veranderd. De hele wereld. Iemand zei dat de oorlog waarschijnlijk zou komen, dat Duitsland gek geworden was en een aanval aan het voorbereiden was. Maar wie geloofde er in?

"Misschien wel of misschien niet." zeiden sommigen.

"Ze praten onzin", zeiden de anderen.

"De wereld zal niet toestaan dat Duitsers de wereld zomaar overnemen, zonder enige reden.", kon men op straat horen.

En toch...

En toch hebben ze alles van ons afgenomen.
Ze namen onze wereld, onze levens, onze huizen, de erfstukken van onze grootouders. Ze hebben ons onze menselijkheid ontnomen.
Het grondrecht om onze eigen mening te hebben en te vechten voor wat voor ieder van ons belangrijk was - ons eigen "ik".
En de wereld bevroor, we hielden onze adem in. En van lachende mensen werden wij dieren, opgesloten in Duitse kooien, verspreid over de hele wereld.
Hoe was het leven op 1 september 1939?

Normaal, zou ik zeggen. De dag ervoor waren de voorbereidingen voor het begin van een nieuw schooljaar in ons huis in volle gang. Er werd dus veel gedaan en gewinkeld - een nieuw schooluniform (wit en marineblauw), nieuwe schriften en een nieuwe schooltas. En papier, bruin papier om de boterhammen van Johan in te wikkelen.
En Johan haastte zich naar school om 's morgens het schooljaar te beginnen. Ik bleef hem vragen en vermanen: "Ren meteen naar school, en denk eraan - speel niet met je vrienden, anders wordt je shirt vies, of je valt en doet je knieën pijn. Hoe kun je naar het begin van het schooljaar gaan met bloedende knieën?"
En Johan rende. En voor hij vanuit huis naar school rende, knikte hij gehoorzaam met zijn hoofd en zei met een lieve stem: "Ja, mamma!"
Toen kwam hij thuis, smeekte me om met zijn vriendjes in de tuin rond te rennen, om te spelen, want morgen beginnen de lessen op school echt en is er minder tijd.
Ik ging akkoord.

En de zomer was zo mooi dit jaar!
Het leek wel september en herfst, maar nog steeds zomer.
Heet en mooi. De wereld rook zo mooi. Er groeiden klaprozen in de velden en andere bloemen.
Het was niet leeg in de stad, ondanks de aangekondigde oorlog, oh nee!
Alle cafés zaten vol met mensen. Ik liep net naar de winkel om wat basisboodschappen te doen en ik zag dat er zoveel mensen in de cafés zaten dat het leek of je er niet eens een speld tussen kon krijgen. En theaters belegerd door mensen. Trams, straten, winkels.
Niemand gaf iets om de waarschuwingen.
Niemand geloofde in hen.
Ik was 's middags al thuis. Ons jongste kind sliep, Johan rende nog rond in de tuin, mijn man was nog niet terug van zijn werk. Ik dacht ik zet de radio aan, en ondertussen maak ik de keuken schoon. Als je kinderen in huis hebt, is het altijd een puinhoop...
Ik was het aanrecht aan het afvegen toen het 18.00 uur werd en er een stem op de radio kwam:

"Attentie, attentie! Ik kondig de noodtoestand af voor de stad Warschau!"

Mijn hand hing in de lucht met een doek in mijn hand. Ik heb de keuken nooit meer schoongemaakt, want dan was er maar één ding - een knal, één grote overweldigende knal!
Het waren bommen die op onze stad vielen... Cafés, theaters, straten en trams waren ineens verlaten. Maar ik weet niet wanneer en hoe precies... Ik had toen maar één gedachte in mijn hoofd:
"Johan! Johan is niet thuisgekomen! Hoe en waar moeten we hem nu zoeken?"
Ik heb hem nooit meer gezien.
En toen zeiden ze dat we de meest noodzakelijke dingen moesten inpakken en sloten ze ons op in het getto. Ze bouwden een stad in een stad en zeiden ons daar te gaan wonen. En om de davidster op onze arm genaaid te dragen, zodat de hele wereld om ons heen zou weten dat we Joden waren, dat we slecht waren, overbodig, vies.
We raakten gewend aan vuil, honger en armoede. Op de lijken in de straten en afranselingen van de SS, toen onverwachte veranderingen kwamen...
Ze gaven ieder van ons een brood en een portie jam, verpakt in bruin papier. Ze stopten ons in dierenwagons, en voordat de treinen begonnen, zeiden ze:
"Je gaat werken. En dan zul je vrij zijn."
Auschwitz begroette ons met de inscriptie:

"Arbeit macht frei."

Waarom geloofden we dat? Waar kwam deze hoop vandaan in de harten van de gevangenen, de vernederden, die al van hun menselijkheid beroofd waren? Ik weet het niet... Het enige wat me hoop gaf was de gedachte aan Johan dat ik hem op een dag weer zou zien. Omdat de rest van de kinderen meteen van me werden weggenomen op het perron in Auschwitz. We waren gescheiden. Zonder te vragen of we dat wel wilden, of het mocht, of we elkaar zouden missen.
"Naar links - vrouwen, naar rechts - kinderen", was het bevel van soldaten in groene uniformen, gewapend met geweren. Ik wilde de mijne nog redden, maar voor ik het kon proberen, klonk er een schot en een gil. Een schrille gil toen het hoofd van een van de moeders tot moes werd, een portie bloed schoot uit op de treinwagon.
Waarom? Omdat ze de kinderen wilde verdedigen, daarom! Dus de stille fluistering bleef voor mij:
"Niet huilen, wees sterk! Mama gaat naar haar werk, en jij naar de andere kinderen. Ik kom terug voor jou."
Ik heb ze ook nooit meer gezien.
Dan was er het kale hoofd, blauw gestreepte kleren, robots, robots, robots.
En de strijd, de constante strijd om te overleven. Voor het leven, voor een andere dag, voor hoop. Ik weet niet hoe ik heb kunnen overleven, vechten…
God smeken voor die vijf jaar... Vragen, smeken, bidden...
Ik bleef naar de lucht kijken. En hoewel er niets te zien was behalve de vliegtuigen, duisternis en droefheid, zag ik vrijheid in die wolken.
En toen kwam er een ochtend die we geen van beiden verwacht hadden. Iemand zei iets, hoopte, vertelde... dat de Russen zouden helpen, en daarna dat Amerika zou helpen. Maar wie van ons geloofde het toen echt?

Waarschijnlijk niemand van ons... en ik zeker niet!

Op dat moment was ik toch geen echt mens meer, geen vrouw...
Ze hebben me waarschijnlijk in een machine veranderd, die probeerde te lopen, te ademen, te kijken en zelfs een beetje te voelen.
Om 17.00 uur werd er omgeroepen.

Snel, snel - eruit!

En niet vergeten om gelijkmatig en recht te lopen, hoewel de benen geen benen meer waren en het lichaam niet meer zo recht liep als men zou willen. En vergeet niet diegenen op te halen die niet meer konden gaan. En dan gelijkmatig op een rij te staan. Knipper niet met je ogen, beweeg je lichaam niet, haal geen adem...
En we stonden zo stil, rustig, geen adem te halen en te wachten op wat de Duitsers zouden verzinnen. Wat zal er vandaag met ons gebeuren? En toen was er chaos en verwarring... Ik zag de eerste tank Auschwitz binnenrijden en andere soldaten dan de Duitsers.
En ik hoorde een schreeuw. Een luide, schrille schreeuw. Pas na een tijdje realiseerde ik me dat ik het was, samen met andere vrouwen, schreeuwend, want dat is wat er gebeurde - ze kwamen en redden ons toch!

Het was de vijfde mei 1945, 5 uur 's middags. Die dag ging het open.

De wereld ruikte weer. Vogels zongen. En ik ademde. Voor de eerste keer in vijf jaar. Eerlijk, met waardigheid, met een glimlach.

Mijn menselijkheid werd me die dag teruggegeven.
4
Geschreven door Kasia Poltorak
Gepubliceerd op: 10 juli 2021
4
14
9

Comments

  • 12 juli
  • 0
Pakkend! Bijna te erg om waar te zijn, helaas.
Ben je ooit te weten gekomen wat er met Johan is gebeurt?
0
  • 10 juli
  • 0
Wat heftig zeg..
  • 10 juli
0
  • 10 juli
  • 1
Heftig verhaal
  • 10 juli
1
  • 10 juli
  • 0
Indrukwekkend geschreven!
0
  • 10 juli
  • 0
Heftig verhaal die jammer genoeg zo waar is gebeurd. Het blijft nog altijd aan je lijf kleven als je zo'n zaken leest. Ik verlies er mijn lach bij als ik lees dat mensen tot zoiets in staat zijn. Gelukkig zijn ze ook tot heel wat goede dingen in staat ook. Goed geschreven, zoals altijd. (Kom je ook nog eens langs op de koffie?)
0

Recente en relevant artikelen