Artikel.nl




De angst voor angst

Angstklachten en -stoornissen komen steeds vaker voor. Alleen al in de Verenigde Staten heeft 18.1% van de bevolking last, of last gehad, van angstklachten. In Nederland ligt dit cijfer ook rond de 18% en een half procent van de bevolking krijgt te maken met een paniekstoornis. De angst is steeds meer aanwezig en de problemen door de angst worden, vooral voor jongeren, steeds groter. Het is echter niet mijn intentie om het te hebben over het groeiende probleem en de eventuele oplossingen; ik wil het hebben over hoe ik bij die halve procent hoor en mijn ervaringen met een stoornis.

Geschreven door Felix Lommerse
Geschreven op: 17 sep 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
0
4
0
Afbeelding door Aarón Blanco Tejedor via Unsplash
Het beeld van een persoon met angst
Een half procent klinkt niet als veel, maar in Nederland zijn dit toch ongeveer 85.000 mensen. Dat zijn 85.000 levens. 85.000 levens die, op z’n minst voor een aanzienlijke tijd, dagelijks beïnvloed of zelfs overheerst werden door intense angstklachten en paniek, in welke vorm dan ook. Voor mij is die “aanzienlijke tijd” nu bijna drie jaar. Het is een turbulente tijd geweest en ook al ben ik nog niet klaar met mijn angst, en betwijfel ik of ik dat ooit volledig zal zijn, vind ik het wel heel erg belangrijk om mijn belevingen te delen. Wellicht kan iemand hier steun aan ontlenen of zijn eigen situatie beter uitleggen aan zijn omgeving. Het leven is niet zwart-wit en al helemaal niet voor iemand met angstklachten. Tegenwoordig wordt gelukkig veel tijd en aandacht besteed aan psychische klachten, maar toch zijn er nog te veel mensen die het niet serieus nemen.

Daarom wil ik een beeld schetsen van een persoon met angst. Een beeld van een jongen waar je, als je hem niet kent, niets aan zou kunnen ontdekken wat met angst te maken heeft. Een jongen die desondanks toch elke dag vecht om weer zichzelf te worden. Een jongen die plezier heeft met zijn vrienden in het park, maar ook in angst en paniek thuis op bed ligt omdat hij over drie uur naar de supermarkt moet. Een jongen die in een druk café werkt en daar in alle hectiek, stress en hitte boven zichzelf uitstijgt en ervan geniet, maar ook trillend, kokhalzend en met een plastic zak op schoot in het openbaar vervoer zit omdat hij, op de een of andere manier, in paniek raakt.

Opeens was ik misselijk. Ik werd op een dag half december 2017 wakker en ik voelde me niet lekker. Schijnbaar zonder enige aanleiding. Door een nog onbekende oorzaak werd de misselijkheid erger als ik ergens naar binnen ging, ergens waar ik niet meteen kon vertrekken als ik dat wilde. Naarmate de dagen en weken verstreken werd het erger en erger, dus besloot ik een afspraak te maken bij de huisarts. Denkend dat ik ziek was verwachtte ik te horen te krijgen dat ik een of andere bacterie of infectie had . Ze vonden echter niets. De misselijkheid was niet lichamelijk te verklaren. Het moest dus psychisch zijn en al gauw kwamen we, mijn eerste psycholoog en ik, erachter dat ik waarschijnlijk een paniekstoornis had.

Vechten, vluchten of bevriezen
Ik begon aan cognitieve gedragstherapie, waar het de bedoeling is om je angsten op te zoeken,  aan te gaan, te doorstaan en er achter te komen dat er eigenlijk niet veel is om bang voor te zijn. Zo simpel als het klinkt, zo vreselijk voelt het voor de persoon die het meemaakt. Stel je voor; elke dag zoek je letterlijk je grootste angst op en dwing je jezelf om het vrijwillig te doorstaan. In situaties waar je “hevige” angst voelt heeft de mens drie mogelijke reacties: vechten, vluchten of bevriezen. Vechten kan bij cognitieve gedragstherapie alleen tegen het gevoel zelf, maar uiteindelijk kom je erachter dat je dat gevecht niet wint en de frustratie je tegen gaat werken. Vluchten zou het makkelijkst zijn, maar dan leer je jezelf alleen maar aan dat de angst en het vreselijke gevoel alleen stopt als je de situatie uit de weg gaat. En dan heb je bevriezen, wat in zo’n situatie niet werkt, want als je bevriest dan bevries je midden in je grootste nachtmerrie. Al met al is het dus een situatie waar je niet uit kan, waar je je grootste angst opzoekt en dat allemaal terwijl je hersenen er mee bezig zijn om je zo verrot te laten voelen dat je zo snel mogelijk de situatie ontvlucht.

Mijn angsten waren in het begin zo erg dat even naar de supermarkt gaan al mijn energie verbruikte, vooral van het kokhalzen, trillen en hyperventileren word je moe. Vaak was ik zo uitgeput dat ik erna minstens drie dagen nodig had om bij te komen. Na maanden uitdagen en doorstaan ging het steeds een stukje beter met de supermarktbezoekjes, maar dan waren er nog duizenden andere angstopwekkende situaties die je kon “oefenen”. Dit ging letterlijk twee jaar door. Het klinkt raar en, zelfs voor mij nu een jaar later, bijna onmogelijk, maar er is in die twee jaar geen enkele dag geweest waar ik me niet minimaal een half uur misselijk voelde. Vaak waren er periodes, van soms wel twee maanden aan een stuk door, waar de misselijkheid zo constant was dat het bijna niet gebeurde dat ik me een half uur niet misselijk voelde.


Eén persoon kan een wereld van verschil maken.
'Is alles goed?'
Ik schrijf dit niet om zielig te doen. Ook niet om medelijden of om sympathie op te wekken, maar ik ben wat sterker. Ik ben nog niet de oude, maar wel sterker. Helaas zijn er zo veel mensen die er middenin zitten en die de kracht niet denken te hebben om voor zichzelf op te komen. Elke keer hoor je; “Kom op, iedereen voelt zich wel eens vervelend” of “Doe nou is gezellig en kom mee naar de club” of “Wat is je probleem, ben je chagrijnig ofzo?”. Elke keer hoor je iemand die het niet begrijpt en je neemt het ze niet kwalijk, want hoe zou je dit ooit kunnen begrijpen als je het zelf niet meemaakt? Eén ding kan ik wel vertellen; het doet pijn. Het versterkt keer op keer weer die onzekerheid en die teleurstelling die je van binnen al kapot maakt. Je bent al zo boos op jezelf en je voelt al zo veel onmacht dat het je bijna te veel wordt als die afkeuring ook nog van buitenaf word bevestigd. Pak het eens een keer anders aan. Probeer eens; “Is alles goed?” in plaats van “Doe eens een keer gezellig”. Eén persoon kan een wereld van verschil maken. Wees die persoon voor een moment en geef iemand z’n eerste goede dag in een maand. Want heel misschien, en laten we hopen dat het nooit gebeurt, bevind jij je ooit in een situatie waar je zo’n persoon goed kan gebruiken.
0
Geschreven door Felix Lommerse
Geschreven op: 17 sep 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
0
4
0

Recente en relevant artikelen