Artikel.nl




De golven van de eeuwigheid

De golven van de eeuwigheid - verhaal.

Geschreven door Linde van Lent
Geschreven op: 19 sep 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
0
4
0
Afbeelding door Ant Rozetsky via Unsplash
‘Allen!’ De man liet zijn schorre, raspende stem opnieuw door de ruimte klinken. Er kwam geen antwoord, maar ergens uit de buurt van de opgestapelde blokken geperst hooi kwam een kort geritsel. De oogleden van de man vernauwden zich gedurende de paar seconden dat hij onbeweeglijk bleef staan, al zijn zintuigen gespannen, wachtend of het geluid zich zou herhalen.

Het geritsel verplaatste zich. De man stak snel, met de achteloze nauwkeurigheid van een roofdier, de ruimte over die hem van de stapel hooi scheidde, sprong met geruisloze behendigheid over de voorste paar blokken heen, en trok de ineengedoken gestalte van een jongen te voorschijn. Even was er een stilte, die slechts verbroken werd door het geluid van een fluitende, hijgende ademhaling.

Met grote ogen keek de magere jongen de man aan. Een paar seconden was het stil. Toen leek het alsof er een storm losbarstte in de kleine schuur.

‘Allen!’ schreeuwde de man boos. Hij hief zijn hand om de jongen eens goed welkom te heten in de wereld van geweld. ‘Waarom was jij niet aan het helpen bij de koeien? Denk je soms dat wij al het werk gaan doen?’

De jongen was even stil. Toen opende hij zijn mond om iets te zeggen. Er kwam geen geluid van tussen zijn licht geopende lippen. Toen sloot hij zijn mond weer. De man zweeg. Toen klonk er een doffe klap. Het lichaam van de kleine jongen viel op de grond.

Daarna volgde een misselijkmakend gekraak. Nog steeds gaf de jongen geen enkele kik. Een salvo aan klappen, gevolgd door het onmiskenbare geluid van een hand die met kracht op menselijke huid neerkomt en trappen van de laars van de man klonk tot buiten de deuren van de schuur.

‘Ga!’ zei de man, veel kracht in zijn stem leggend. Langzaam krabbelde de jongen overeind. Toen zette hij het op een hollen. ‘Goedzo! Ga maar! Jij waardeloze schooier!’ riep de man hem na.

Om de hoek van de schuur stond de jongen stil. Hijgend probeerde hij op adem te komen. Het enige wat er uit zijn tere lijf kwam, was een soort kakofonie aan hortende en stotende ademhaling en druppels bloed.

De jongen stond met zijn handen op zijn knieën te steunen en keek naar de oceaan, die ergens aan het einde van het landgoed van de boerderij lag. De golven hadden een geruststellend effect op hem. Zijn ademhaling werd rustiger en zijn hartslag zakte.

Toen ging hij weer rechtop staan. Hij begon te lopen. Helemaal naar het einde van het landgoed. Hij had een besluit genomen. Dit zou alles veranderen. De man zou zich nu vast afvragen waar hij was. Waarom hij nog niet bij de koeien was, maar hier, bij de appelboomgaard aan het einde van het erf.

De jongen kon het ook niet helemaal beschrijven. Hij wist alleen dat hij dit moest doen. Hij kon gewoon niet anders. In de golven weerspiegelde de zon als een gouden ster. Vrijheid, dacht de jongen. Hier moest hij zijn.

Hij bleef stug verder lopen. Zijn schoenen liepen vol met zeewater. Het voelde lekker koel zo op zijn voeten. Hij had het de hele dag al warm gehad.

Hij voelde wat gekriebel bij zijn dijen en keek omlaag. Er zwom een visje langs zijn benen. Hij vond het wel grappig. Hij stond echter niet stil. Hij bleef lopen.

Het water stond nu tot aan zijn middenrif. Even aarzelde de jongen. Bijna stond hij stil. Toen versnelde hij zijn pas weer. Het water rees en rees. Een golf sloeg met volle kracht in zijn gezicht.

De jongen hoestte. Hij veegde zijn mond ruw af en schudde zijn hoofd. ‘Niet ophouden,’ zei hij tegen zichzelf. Het water kabbelde nu bij zijn kin. Het voelde helemaal niet als het moordwapen dat het eigenlijk was.

De jongen vermande zichzelf en zette de laatste stap. Zo de vergetelheid in.
0
Geschreven door Linde van Lent
Geschreven op: 19 sep 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
0
4
0

Recente en relevant artikelen