Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Liefde met het licht uit

Ongezien en onbeantwoord.

Geschreven door Aarnout Van Der Ploeg
Gepubliceerd op: 3 okt 2022
0
22
0
Her story seldom told: By Ben Heart
Her story seldom told: By Ben Heart
Kapot geslagen,
scherven van een zwarte kindertijd,
zware wolken betrekken heilige dagen,
terwijl geschreeuw in bevochten stilte snijdt,
verwaarlozen vragen,
waarvan het antwoord niet verblijdt,
ben ik wel een engel,
als ik niet ben ingewijd?
Ik wist niets van zaligheid,
en toen kwam jij,

draagt de wonden, van een verdriet verdeeld,
bidt niet eens op zondag, maar wat had het ook gescheeld?
haar tengere handen vliegen naar vele kelen,
wat is het verschil? Als ze me verstikken of me strelen?
want zij draagt wonden van een verdriet nog steeds niet geheeld,
ik ben bang dat ze straks mijn onbevangenheid beveelt,
we zijn alle twee zo leeg, misschien is het te veel?

met diezelfde verlogen lach,
die ons niet is aangewaaid,
maar die ons is aangenaaid,
met een gouden draad en een naald van lood,
gestreden voor elke steek en elke slag,

toch kleeft de dromens dood
aan de handen van de dag,

elk litteken een gedicht,
geschreven aan die stille waterkant,
in de schaduw van een ziel
waar verzwegen licht verstikt,
elk litteken mag ik dragen,
tot ik niet meer dragen kan,
een voor elke keer dat de engel viel,
en toch weer ging staan,
terwijl de rest haar wonden likt,

in elke scherf staart,
telkens weer een ander gezicht,
andere handen, die mij doet bloeden doen,
ik weet nog wat je dacht,
toen ik je begroette met een zoen,

Ik was, Ik lach, Ik wacht, ik zag,

hoe je ogen verroestte
en je hart vocht zich niet te verroeren,
maar het zwoegde niet genoeg,
toen ik je leven verwoeste,
terwijl ik enkel vroeg,

"En jij dan van mij?"

Soms gaat,
tussen het vallen van de vraag,

en de aanval van een antwoord,
een vergulde eeuw voorbij,

Zoals het vallen van je glas,
een stille aftocht van een versteend leven,
doorzichtig en bang om te breken,
een geweldig lege klap en een scherp gespat,
een moment wat achteraf,
zomaar weer voorbij was,

je diep koperen ogen,
die in tranen van ongemak en onvermogen,
tot een kil blauw verweerden,
je witte wangen ,
een koude schoonheid die de zachtste zwanen
nog niet konden bevangen,
hoe goed ze ook acteerden,
je lippen, -bij en bozen rood,
nog in vrijheid onverveerd,
het sterven van het licht,
en die verlogen lach nog steeds niet verleerd,
geconfronteerd met een blik die je onteerd,

Ik zie je dansen,
tussen de vlekken door,
ik zie je lachen,
terwijl ik snikken hoor,
ik zie je schreeuwen,
tot de ramen eerst beslaan,
en dan van trillen barsten,
tot ze niet meer bestaan,
ik zie je zwijgen,
tot je tanden knarsten,
een trillende titaan,
kijkt zwijgend
naar een ongewassen maan,

ik zie de vliegers die je een vervlogen hoop
toch opliet,
brandend uit de hemel vallen,
één voor één vergaat
weer een stille satelliet,
één voor één verslaat
licht het donker niet,
één voor één
voor elke keer
dat jouw vertrouwen in mij,
omsloeg in verdriet,

Ik ben niet op zoek naar 'Verliefd'
maar naar iemand die mij ontriefd,
dus vraag ik hoe zij mij ziet,

zodat ik niet verlies, wie mij niet verliet?
bang voor het beest wat ik in hem bespied?
Waar was jij toen het kwaad geschiedde?
Ik zit niet te wachten op een man op zijn knieën
die bid om mijn hart, en niet om mijn suïcide,
ik ben mijn leven,
ik ben iemands dood,
en zodoende met zijn drieën,

Breng een einde, aan mijn laatste aarzel jaar,
Wordt het fijner? Hoe kom ik daar?
Wanneer voel ik eindelijk, mijn handen op je heupen, en de jouwe in mijn haar?
Zij kijkt me aan, met stomgeslagen ogen,
Waarvan ik hoopte dat ze logen,
want ik wist al, het is klaar,

"Ik ook van jou, maar."
0
Geschreven door Aarnout Van Der Ploeg
Gepubliceerd op: 3 okt 2022
0
22
0

Recente en relevant artikelen