Artikel.nl




Mijn verhaal vanuit Sauerland

Ik zit in mijn eentje op de bank van het appartement dat we voor een weekend hebben geboekt, ergens tussen de heuvels van Sauerland in Duitsland. Ik zit hier en ik realiseer me dat ik al een tijdje niet heb geschreven. Er is natuurlijk ondertussen van alles gebeurd. Iedere paar dagen die je met mij doorbrengt voelen als weken, maanden en jaren vol achtbanen aan emoties.

Geschreven door Helene
Geschreven op: 14 sep 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
0
5
0
Afbeelding door Dana Luig via Unsplash

Ik zit in mijn eentje op de bank van het appartement dat we voor een weekend hebben geboekt, ergens tussen de heuvels van Sauerland in Duitsland. De omgeving is muisstil, terwijl mijn gedachten opleven als tien mensen in een vergadering die elkaar niet laten uitpraten. Ik zit hier en ik realiseer me dat ik al een tijdje niet heb geschreven. Er is natuurlijk ondertussen van alles gebeurd. Iedere paar dagen die je met mij doorbrengt voelen als weken, maanden en jaren vol achtbanen aan emoties. Ik kan je dagenlang knuffelen, cakejes voor je bakken, je instoppen onder zachte dekens wanneer ik voel dat je het koud hebt, je haren kriebelen, je kusjes geven over je hele lichaam, maar aan de andere kant kan ik ook dagenlang in bed liggen met de gordijnen dicht, urenlang huilen, veelvuldig navelstaren en compleet dichtklappen. Iedere ochtend waarop we samen ontwaken voel ik dat je me aankijkt en dat je je per direct afvraagt in wat voor stemming ik die dag ben. Als ik op mijn zij rol en naar je lach terwijl de ochtendzon op mijn gezicht schijnt, dan weet je dat het voor nu goed zit. Ik zie de opluchting in je ogen. Je kust me. Ik sta op om koffie en een ontbijtje voor je te maken. Het is een vrolijke ochtend. We ontwaken samen gezellig. Ik lees mijn boek terwijl ik koffie drink en jij leest het nieuws. ‘Wat zijn we toch gezellig en huiselijk’, roep ik vaak. Jij stemt in.


Er zijn ook genoeg dagen waarop het glas ‘halfleeg’ is. Je kijkt me aan en poogt om me een kus te geven, maar ik blokkeer iedere vorm van contact. Ik draai mijn rug naar je toe. Ik wijs iedere vorm van affectie af. Ik ben vandaag boos op de wereld en ik kan niet uitleggen waarom. Je probeert me te begrijpen, maar daar is geen beginnen aan. Dit gegeven levert redelijk wat complicaties op. Ik storm door het huis. Ik scheld, verhef mijn stem en gooi met deuren. Ik denk aan je verafschuwende blik. Ik denk aan hoe jij denkt als je naar me kijkt. Het laat me denken aan een recente speech van je: ‘Gedraag je vandaag eens alsjeblieft niet als een vijfjarige. We kunnen toch ook gewoon een volwassen relatie hebben, lieverd? Je bent een volwassen vrouw. Laten we toch gewoon een gezonde relatie hebben waarin we duidelijke grenzen en regels stellen, gelijkheid nastreven en bovendien elkaar énorm respecteren. Het hoeft toch niet altijd zo’n hoog-emotioneel gedoe te zijn? Hou eens op met dat dramatiseren van je. Er is niets aan de hand.’


Ik kijk je aan met mijn puppy oogjes terwijl ik probeer te letten op mijn ademhaling. De letters van mijn laatst gedachte zinnen brokkelen langzaam af en beginnen te zweven in mijn hoofd. Het voelt als een lettersoep dat ik als kind kreeg wanneer ik grieperig was. Echter is er nu geen lekkere bouillon met letters die ik kan slurpen, ik sta op enkele meters afstand mijn brein te observeren en ik begrijp er helemaal niets meer van. Ik heb niet door dat ik al een paar minuten stil ben terwijl ik naar je kijk. Ik ben compleet verzonken in mijn eigen hersenspinsels. Jij kijkt me aan en vraagt me wat er door me heen gaat. Ik kan je daar geen antwoord op geven. Ik doe mijn uiterste best om te graven naar de meest functionele, laatste gedachte die ik had, maar het is een grote ellendige brij geworden. Stel me maar gewoon geen vragen meer, liefste.


Je lippen naderen mijn voorhoofd. Ik voel je warme, zachte kus. Je trekt je lippen terug en kijkt naar me. Je vraagt me of alles nu goed is. ‘Ja’ zeg ik, terwijl ik niet overtuigd ben van mijn zojuist gegeven antwoord.


Ik benadruk vaak hoe geweldig ik je vind, hoeveel ik van je hou en hoe trots ik me voel om jouw vriendin te zijn, maar er zijn ook dagen waarop ik niets anders kan uitbrengen dan termen die zacht uitgedrukt neerkomen op ‘vreselijk persoon’. Ik zie niks goeds in je. Alles wat je doet is fout en kan beter. Het maakt je niet alleen onzeker, het maakt je een gefrustreerd mens. Er is letterlijk niets dat je kunt doen waardoor ik tevreden word gesteld. Het is onbegonnen werk. Het is een waardeloze relatie met een waardeloze Borderliner, toch, mijn liefste?


Je hervat je speech: ‘Je moet gewoon verantwoordelijkheid nemen voor je gedrag, H. Je bent een volwassen vrouw, die studeert op Universitair niveau en waarvan ik overtuigd ben dat ze ook als een redelijk denkend mens kan handelen. Ik heb vertrouwen in je. Er is niks aan de hand. Jouw leven is goed. Mijn leven is goed. Onze relatie is goed. En er zijn veel leuke vooruitzichten. Maar laten we vooral even genieten van wat er nu op dit moment is. Laten we leuke dingen doen. Laten we de dagen plukken. Laten we de zon bedanken, iedere dag opnieuw, dat hij voor ons schijnt.’


Je hebt gelijk. Jij weet het. Ik weet het. Maar ik wil het niet toegeven. Ik creëer problemen voor mezelf die er vaak niet zijn. Het is alsof ik een glaasje water structureel omzet tot de grootste rivieren. Mijn pijnlijke emoties voelen sterker dan alle oorlogen bij elkaar. Ik dramatiseer. Ik overdrijf. Ik voel alles alsof het alle mogelijk bestaande kleuren zijn. Iedere kleine tinteling in mijn lichaam voelt als een stroomstoot. Je begrijpt het niet en ik weet ook niet of je het ooit wél gaat begrijpen, want wat voor jou als onwerkelijk voelt, voelt voor mij als levensecht.


Bedankt dat je er toch voor kiest om vandaag opnieuw van mij te houden.


Veel liefs,

H.

0
Geschreven door Helene
Geschreven op: 14 sep 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
0
5
0

Recente en relevant artikelen