Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Onrust over Donkerplas: Hoofdstuk 7

Wat als dieren konden spreken en gevoelens hadden, net zoals jij en ik? Dan is dit avontuur, een uit het dierenleven gegrepen verhaal.

Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 12 aug 2021
9
63
16
Afbeelding door Dalibor Perina via Unsplash
Rolf de wolf had het geluid het eerst gehoord. Toen merkten Boehoe en de andere dieren van Woudheuvel het ook op. Vliegende menselijke machines vlogen met een hels lawaai boven de brandende boomtoppen van Woudheuvel. Toen ze even over Donkerplas en de open plaats vlogen zagen ze in de schijn van het vuur dat het de libellen waren. Meester Boehoe noemde ze zo omdat ze in hun vorm heel goed geleken op Juffer de libel en haar soortgenoten, alleen waren ze immens groter. Meestal vlogen ze gewoon tijdens de dag over. Vandaag ook, maar ze hadden deze keer grote gevulde zakken bij. Die lieten ze openvallen toen ze over het gedeelte vlogen van het bos dat brandde. Iedereen die zich verzameld had op de open plek zag het. Uit de zakken keilde een grote hoeveelheid water op het vuur. Je hoorde overal het sissen van het water dat in contact kwam met het warme vuur. In een mum van tijd was de brand geblust. De mens had grote middelen ingezet. “Oehoe,” zei Boehoe, “dat is één zorg minder, maar ik veronderstel dat er veel schade zal zijn. Misschien dat jij met de besten uit je brigade even poolshoogte gaat nemen.” Hij sprak tegen de vliegende brigade van de buizerds, haviken en sperwers. Eigenlijk specifiek tegen Falco die hun aanvoerder was. “Neem geen risico’s, Falco, want het is donker. Was het niet dat de gloei van het smeulende bos nog licht genoeg heeft, ik zou het je niet vragen. Ik weet ook dat je vlug bent, maar Fnar is even snel en heel wat groter dan jullie. Hij heeft de kracht van het vuur en daar ben je niet tegen opgewassen. Ga en kom vlug terug” Falco knikte en steeg op met een selecte groep om zijn taak te vervullen. Ze stegen in een steeds hogere spiraal boven de open plek en weken één voor één uit naar de plaats waar de bomen nog na smeulden en de nodige klaarte gaven voor hun spionageopdracht. De schade viel al bij al nog mee. De mensen had heel vlug ingegrepen en hadden kunnen verhinderen dat er heel wat bos vernietigd was.

Toen zag Falco de machines die aan de rotsachtige rand van het woud aan het werk waren. De plaats werd verlicht door de vele zonnen die de mens in een glazen kooi had gevangen. Hij had het al vreemd gevonden dat de lucht nog zo klaar was op dit tijdstip. Falco liet een hoge fluittoon horen die uitliep in bang gekras. De aftocht werd geblazen en gauw waren ze weer bij het groepje dieren op de open plek. “Wel?” vroeg Rolf ongeduldig terwijl hij met zijn fijne neus de scherpe geur van de gebluste brand nog opsnoof. “Wat hebben jullie kunnen zien? Heb je het monster, die Fnar ergens opgemerkt?” De wolf had duidelijk niet veel geduld. Hij was altijd de eerste om een aanvalsplan te maken als dit nodig bleek, maar vandaag wou hij er toch wel een paar keer meer over denken dan gewoonlijk. De andere dieren, van de familie Haas en Bever tot de herten en de oude Nestor, allemaal keken ze uit naar wat meer uitleg over de ramp die Woudheuvel te beurt was gevallen. “Een ongeluk komt nooit alleen,” kraste Falco heel cryptisch.
Meester Boehoe knipperde even een keer met de ogen. Nu was geen tijd voor geheimzinnig taalgebruik. Dat was eerder zijn voorrecht als wijze leider van Woudheuvel. Hij durfde zijn toevlucht wel eens nemen tot archaïsche woorden om zijn volkje van zijn wijsheid te laten proeven, maar dit was zo geen moment. “Leg uit, Falco, zodat iedereen weet wat je bedoelt. Zijn er nog meer problemen buiten een draak die met één ademstoot ons uit ons bestaan kan branden?” Falco schraapte zijn keel en floot nu een heel ander deuntje. “Toen ik over de woudrand cirkelde, zag ik dat er heel wat werktuigen van de mensen de rotsen en stenen aan het verpulveren waren. Het leken toestellen met één hoorn aan de voorkant en ze verbrijzelden het steen alsof het gewoon aarde was. Er waren enkele andere werktuigen al bezig met het in stukken zagen van een andere boomrand die niet verbrand was, rechts van de rotsen. Het hout werd in hun rijdende tuigen weggevoerd. Het is niet alleen de draak waar we ons zorgen moeten voor maken. Ook de mens is onze woonplaats aan het vernietigen.”

©Rudi J.P. Lejaeghere

9
Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 12 aug 2021
9
63
16

Comments

  • 16 aug
  • 1
Weer graag gelzen Rudi!
1
  • 16 aug
  • 0
Bedankt, Francois.
  • 16 aug
0
  • 15 aug
  • 2
Oh nee, leek het bos net gered, moeten we het toch nog verder kapot maken.
2
  • 15 aug
  • 0
Zo gaat het echt soms jammer genoeg. Bedankt voor de appreciatie, Joyce.
  • 15 aug
0
  • 15 aug
  • 2
Zoals mrs Wood al zegt...
2
  • 15 aug
  • 0
Ja, misschien wel. Bedankt voor het bezoekje, Hans.
  • 15 aug
0
  • 15 aug
  • 2
Ja misschien zijn die mensen nog wel erger als die draak.
2
  • 15 aug
  • 0
Bedankt voor het bezoekje, Mrs Wood.
  • 15 aug
0
  • 14 aug
  • 2
Leuk geschreven!
2
  • 15 aug
  • 0
Bedankt, Sophia.
  • 15 aug
0
Laad meer

Recente en relevant artikelen