Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Ten Huize Pistoni: Hoofdstuk 2

Huizen hebben een geschiedenis die geëtst is in hun stenen, die uitgeademd wordt uit hun voegen, die je enkel maar kan kennen en proeven als je binnenkomt.

Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 7 juli 2021
11
112
19
Afbeelding door Victor Chaidez via Unsplash

Josy

Het voelde alsof een rat juist over mijn armen had getrippeld, maar dat was natuurlijk niet zo. Het lichte snikken van het kind dat bijna samen viel met de druppel van mijn levensvocht dat op de zoldervloer neerkwam, deed de rest van mijn bloed in mijn aderen stollen. Dit was voor vandaag genoeg en ik haastte mij de zoldertrap af, liet hem in zijn uitgestrekte vorm zoals hij was en spoedde mij naar beneden. De trap naar beneden nam ik in zeven haasten en in evenveel sprongen en vluchtte het huis uit, recht in de armen van mijn geschrokken vrienden. “Hey, Thomas, heb je misschien een geest gezien,” lachte Frank toch een beetje op zijn ongemak toen hij mij wat beter opnam. Mijn gezicht moet lijkbleek zijn geweest, maar mijn haar en kleren hingen vol spinrag. “Bah,” gaf Christa duidelijk te horen hoe ze over deze speciale Halloweenuitrusting dacht die ik binnen het huis gratis had meegekregen. “Blijf uit mijn beurt, Thomas. Ik zweer dat ik ga lopen als er een spin uit je kruipt.” Ik hield mijn mond toe, niet om haar gelijk te geven, maar omdat ik nog altijd geschrokken was van het snikkende kind.

Ik keek met een ongeruste blik over mijn schouder maar het huis stond daar zoals het al zovele jaren had gestaan. Een trieste herinnering aan wat het ooit was geweest. Toen zag ik dat ik nog de muziekdoos in handen hield. Op het puntje van haar rechter voorarm die ze in haar pirouette omhoog hield, zat een klein naaldje in plaats van een hand. Daaraan had ik mij dus geprikt want de sporen van mijn bloed zaten er nog op. Ondertussen hadden mijn vrienden het muziekding ook gezien. “Wat is dat? Heb je dat gevonden? Waar lag het? Heb je iets gehoord, iets gezien?” De vragen vlogen me rond de oren, maar ik was er nog niet aan toe om tekst en uitleg te geven. De schrik zat er nog zo in dat ik stond te trillen op mijn benen. Wat was er nu gebeurd? Had mijn verbeelding mij parten gespeeld en had ik het allemaal maar ingebeeld? “Ik hoorde een kind snikken,” fluisterde ik stil. Gino, de jongere broer van Frank, keek met grote ogen aan. Voor hem waren ik en Frank het grote voorbeeld en hij zou ons gevolgd zijn waar we hem ook vroegen om ons te volgen.
“Een kind, hoe bedoel je?” fluisterde hij op dezelfde manier terug. Hij hield zijn stem gedempt alsof niemand het mocht horen of als men het zou horen dat de gevolgen desastreus zouden zijn. “Ik weet het niet,” begon ik aarzelend, “Ik hoorde deze muziekdoos spelen op de zolder en ben het gaan halen, maar toen prikte ik me eraan en hoorde ik op datzelfde moment dat kindje snikken. Zou je denken dat…?” Ik vervolledigde mijn zin niet, maar iedereen dacht op dat moment hetzelfde. Zou het de geest van een van de vermoorde kinderen zijn geweest? “Je hebt het je ingebeeld, Thomas,” zei Frank en hij schudde ontkennend het hoofd. “De wind kan rare geluiden maken door een bouwvallig huis. Het moet dat zijn dat je gehoord heb.” Ik wist wat ik gehoord had en niemand zou mij kunnen overtuigen van het tegendeel. Een snikkend kind klinkt niet als de wind, al rijmt het op zich wel goed. Iemand was een spelletje met zijn gemoed aan het spelen. Hij kende zijn vrienden en zag aan hun gezichten dat zij er voor niets tussen zaten. Er was hier iets anders in het spel. “Frank, ik moet die documenten zien, die jij hebt gevonden over die moordzaak. Heb je ze nog of niet?” Een bevestigende knik en een uitnodigend gebaar van Frank deed ons op onze fietsen springen en we reden in een rotvaart naar zijn huis. Na heel vlug gedag te hebben gezegd aan zijn ouders, spoedden we ons naar zijn slaapkamer waar hij mij de gekreukte bladeren gaf, die hij in de lade van zijn nachtkastje had bewaard. Bij het licht van zijn bureaulamp las iedereen met mij mee. 19 Juli 1956 Oostkant: Armand Pistoni, houtindustrieel en eigenaar van Timber Trade, heeft in een wanhoopsdaad zijn vrouw Elaine en zijn kinderen Bert en Josyanne doodgeschoten. Daarna heeft hij zichzelf van het leven beroofd door middel van verhanging. De kinderen waren respectievelijk acht en zeven jaar oud. De firma Timber Trade van de Albanese vluchteling Armand Pistoni was vorig jaar door de curatoren gesloten wegens faillissement en zou de aanleiding geweest zijn voor de verschrikkelijke familiemoord. Er is echter geen afscheidsbrief gevonden, maar de politie zou beschikken over getuigen die wisten dat het al een tijd niet goed boterde ten huize Pistoni.

Ik dacht dat ik iets had zien staan in het doosje dat me ergens deed terugdenken aan de tekst die we juist hadden gelezen. Ja, daar stond het op het deksel. ‘Voor Josy, de liefste dochter ter wereld.’ Het was de muziekdoos van de dochter Josyanne van Pistoni geweest. Josy voor Josyanne, dat kon niet anders! Ik voelde het bloed kloppen in de top van mijn duim waar het wondje zat. Ik zou dit dringend moeten ontsmetten. Wie weet wat voor soort vuil aan dat naaldje had gehangen.


11
Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 7 juli 2021
11
112
19

Comments

  • 16 aug
  • 1
Ben benieuwd wat voor verrassingen het huis nog meer in petto heeft
1
  • 16 aug
  • 0
Een heel huis vol. Bedankt, Dana.
  • 16 aug
0
  • 13 juli
  • 0
O heerlijk, dat leest lekker weg.
  • 13 juli
0
  • 10 juli
  • 1
Jeetje, goed hoor! Zo goed geschreven! Ik konde niet stoppen met lezen, Rudi!
1
  • 10 juli
  • 0
Dan moet het inderdaad toch een beetje goed zijn. Zo blij dat je dat zegt.
  • 10 juli
0
  • 8 juli
  • 1
Intrigerend!
1
  • 8 juli
  • 0
Bedankt, Hans, voor het bezoek en waardering.
  • 8 juli
0
  • 8 juli
  • 1
Goed geschreven Rudi! Super leuk dat je meerdere delen schrijft. Ik kijk uit naar het volgende deel.
1
  • 8 juli
  • 0
Bedankt voor de waardering, ben daar heel blij mee.
  • 8 juli
0
Laad meer

Recente en relevant artikelen