Artikel.nl




Ten Huize Pistoni: Hoofdstuk 7

Huizen hebben een geschiedenis die geëtst is in hun stenen, die uitgeademd wordt uit hun voegen, die je enkel maar kan kennen en proeven als je binnenkomt.

Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 20 juli 2021
8
40
14
Afbeelding door Victor Chaidez via Unsplash

Het venster

We waren allemaal wat uit ons lood geslagen. Wat een bekentenis, wat een verhaal dat die man ons had verteld. Christa die ons de tip had gegeven om naar Kleinheuvel te fietsen, was erg stil. We zagen dat het haar meer dan ons had geëmotioneerd. Misschien omdat zij een meisje was net zoals Josy. Ik durfde het haar niet vragen. Frank die meestal niet verlegen om woorden zat, wist zich ook niet echt een figuur te geven. Hij reed terug met zijn broer Gino naast zich, maar ze wisselden geen woord. Hoe moesten wij nu verder met die informatie. Iedereen van die familie was dood. Wellicht ook die burgemeester in Albanië en ook z’n vrouw die hun kind uit de wieg waren gestolen. Het had geen zin om met deze informatie naar de politie te gaan. Ze zouden het weglachen als een verhaal dat ontsproten was uit de fantasie van jonge mensen. Wie kon ze ongelijk geven, het was te fantastisch voor woorden. We spraken af om de volgende dag na het ontbijt direct naar het huis van Pistoni te gaan en nog wat verder te zoeken, maar nu samen en met meer zaklampen. ’s Anderendaags zag ik dat niemand goed had geslapen. De ogen van mijn vrienden zagen er nog slaperig uit. Net zoals de mijne waarschijnlijk. “Heeft iedereen een zaklamp mee?” Als antwoord staken zowel Frank, Gino als Christa hun zaklamp in de hoogte. Ik zelf had mijn vaders Fenix Led zaklamp mee, 12.000 lumen daarmee kon je in de kleinste en verste hoekjes schijnen. Zoals altijd nam ik het voortouw en stapte op de deur af. Ik hoorde de weifelende stappen achter mij, maar wilde niet achter mij kijken omdat ik dan misschien ook de moed zou verliezen.
“Bah,” hoorde ik Christa zeggen, toen we juist binnen stonden. “Het ziet er hier echt stoffig uit.” Ondertussen zwaaide ze met haar zaklamp om de spinnenwebben die voor haar gezicht hingen, weg te halen. De lichtstraal maakte spookachtige sprongetjes over de verweerde trap en entree van het huis. Gino liet een verschrikt kreetje toen hij een zwarte spin van formaat voor zijn voeten zag wegsprinten en verdween in een gaatje tussen twee plinten. “Waar gaan we starten, kijken we eerst beneden of gaan we direct even naar de zolder waar ik het speeldoosje heb gevonden?” Frank wees omhoog. “Toon ons maar eens waar je die melodie hebt gehoord. We kunnen van daar naar beneden toe werken.” We waren er allemaal mee akkoord en iedereen volgde mij, de trap op. Deze keer hoorde ik geen muziekdoos en ook geen gesnik. Wat ik wel vreemd vond, was dat mijn duim weer pijn begon te doen. Ik had er al de ganse morgen geen last meer van gehad, maar nu begon het weer plots als een ontsteking in mijn duim te pulseren. We zagen toen we bijna bovenaan de trap waren dat de zoldertrap nog altijd uit was geschoven. Ik lachte met mezelf om te denken dat het anders zou kunnen geweest zijn. Spoken kunnen geen zoldertrap omhoog steken. Althans volgens de verhalen die ik ooit had gelezen. Ik moest echter bekennen dat ik hierin geen specialist was. “Na jou, Thomas,” zei Frank toen ik niet echt aanstalten maakte om de zoldertrap naar de zolder te nemen. Onbewust wilde ik niet naar boven, bang om wat ik daar nu zou aantreffen. Zou de muziekdoos er terug staan? Langzaam, stap voor stap en met de rest in mijn kielzog beklommen wij de zoldertrap. Ik stak mijn hoofd door het zoldergat en scheen met de Fenixlamp in alle richtingen. Het was inderdaad een heel leuk en fel lichtpunt. Alle schaduwen vluchtten voor het felle licht, maar ik zag niets behalve heel wat meer spinnenwebben, muizenkeutels en rattenstrontjes. Ik begreep nog altijd niet wat die beestjes hier hadden te zoeken, hier was geen voedsel. Toen we allemaal op de zolder stonden, keek ik nog even met de zaklamp rond of het veilig genoeg was om er wat verder onderzoek te leveren. De vloer zag er stevig uit en daarom zwermden we uiteen op de grote zolder en zochten elk op zich naar aanwijzingen. Mijn duim gloeide als nooit voorheen en ik schreeuwde onbewust toen er plots een gaatje in mijn duim verscheen waar een druppel bloed uit verscheen. Ik hoorde in mijn hoofd de melodie van het muziekdoosje en schrok. Ik keek rondom mij, maar blijkbaar hadden mijn vrienden niets in de gaten. Een druppel viel op de grond en waar hij neerviel, zag ik plots een heel klein druppeltje licht in de plaats. Ik herinnerde het meisje in mijn kamer en hoe ze een streep licht had gemaakt in mijn kamer waar ze was uit gestapt. “Hé, kom even kijken,” riep ik naar mijn vrienden. Ze snelden toe en keken met verbazing naar dat stukje licht dat van de vloer omhoog scheen. Ik probeerde met mijn duim in het licht te gaan en voelde licht weerstand. Met een aarzelende beweging, trok ik met mijn duim vanaf het lichtpunt van de druppel een lijn in de hoogte. Mijn vrienden schreeuwden het uit van verbazing. De zolder baadde nu in een goudgeel licht dat scheen uit de lijn die ik met mijn duim in de ruimte had getrokken. “Hoe…wat is… heb jij dat gedaan?” riepen ze door elkaar. “Het was hoe het meisje het heeft gedaan, je weet wel die nacht waarover ik jullie heb verteld. Voorzichtig probeerde ik de lijn open te trekken, tot ik een klein venster had, waardoor ik mijn hoofd kon steken.

©Rudi J.P. Lejaeghere
06/07/21

8
Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 20 juli 2021
8
40
14

Comments

  • 22 juli
  • 1
Oh, ik moet de gehele serie nog lezen, fijn dat ik even vakantie heb!
1
  • 21 juli
  • 2
Eenmaal graag gelezen, altijd graag gelezen Rudi!
2
  • 21 juli
  • 2
Oeh spannend!
2
  • 20 juli
  • 2
vlot geschreven, rudi. goed gedaan.
2
  • 20 juli
  • 2
Weer heel erg spannend geschreven, Rudi. Ik kijk uit naar het volgende deel!
2
Laad meer

Recente en relevant artikelen