Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Ten Huize Pistoni: Hoofdstuk 13

Huizen hebben een geschiedenis die geëtst is in hun stenen, die uitgeademd wordt uit hun voegen, die je enkel maar kan kennen en proeven als je binnenkomt.

Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 29 juli 2021
11
52
20
Afbeelding door Victor Chaidez via Unsplash

Dieper en dieper

Ik slikte even, raapte al mijn moed te samen en deed de eerste stap in de donkere gang. Toen ik achter mij keek, stolde mijn bloed in mijn aderen. Ik zag enkel een muur en mijn vrienden waren verdwenen. De paniek steeg als een kreet uit mijn keel, net toen Christa zich door de muur wurmde. Zo leek het althans. De twee andere, Gino en Frank, volgden met hun zaklamp die ze eerder als een wapen voor zich hielden, dan voor wat het voorwerp eigenlijk diende. “Ik dacht dat ik jullie kwijt was. Ik zag niets meer, juist een muur. Kijk!” Mijn vrienden draaiden zich om en zagen wat ik juist had beschreven. Een muur die heel oneffen leek. Er liepen zwarte aderen door het oppervlak van die muur… en ze pulseerden. Alsof de muur en ook de rest van de gang die zich voor ons uitstrekte, leefde. “Hoe…,” fluisterde Gino toch wat bang terwijl hij zijn woorden zocht. “Hoe ggg… gaan we hier dan weer uit geraken? Ik zie geen deur meer.” Had ik ons groepje in een val geleid? Gelukkig had Frank die als laatste door de rode deur was gegaan, de sleutel met zich meegenomen. Ik ging even dichter met de juiste sleutel naar de plaats waar de deur zich voor ons had geopend. Stukken van de muur begonnen weer rood te kleuren en de omtrekken van de deur kwamen weer tevoorschijn. “Oef,” hoorde ik Christa achter mij zeggen, het woord dat eveneens op mijn lippen lag. Er was dus een weg terug. Maar dat was nog niet voor direct. We moesten het handje van de ballerina vinden om Josy te bevrijden uit de spiegelkamer. Zoals gewoonlijk nam ik de leiding en we trokken verder door de pulserende gang met de zaklampen in de aanslag. Het leek net alsof we in de reuzenaderen of darmen van een immens monster aan het lopen waren. Er waren vele zijwegen, die heel wat nauwer leken dan de weg waar we nu op aan het lopen waren. Als we die volgden, zouden we achter elkaar moeten lopen. Dan nog zag het op plaatsen te smal om langs te raken.

“Laat ons de hoofdweg verder volgen,” stelde ik voor. “We kunnen op die manier niet verdwalen. Hou jij de sleutel goed bij, Frank. Het is onze weg terug uit dit doolhof.” Gino keek juist op zijn horloge. “Ik denk dat mijn uurwerk is stilgevallen. Hoe laat is het eigenlijk. Hebben we wel tijd genoeg? Als het donker is en we zijn niet thuis, gaan de poppen aan het dansen. Bij mij toch in alle geval.” Het was met een kleine bange stem dat Gino dit laatste had gezegd. Ik scheen met mijn zaklamp over mijn arm om mijn uurwerk te bekijken. “Het mijne is ook stilgevallen… denk ik?” “Neen, het mijne niet en waarschijnlijk dat van jullie ook niet,” antwoordde Christa plots. “Mijn digitaal uurwerk heeft ook een mogelijkheid om honderdsten van secondes te tonen. In normale gevallen kan het oog dat gewoon bijna niet volgen, maar nu zie ik de tijd heel traag in die honderdsten verlopen. De tijd gaat hier trager. Veel trager.” “Oké, we moeten ons dus geen zorgen maken om thuis. Anderzijds denk ik dat we genoeg hebben aan onze problemen hier. Laten we verder gaan.” Vreemd dat we dit zo gemakkelijk voor gesneden koek aanvaarden. Een mens kan zich op bepaalde momenten vlug aanpassen… als het nodig was. Het duurde heel wat honderdsten secondes voor we uiteindelijk bij een splitsing kwamen. Beide kanten waren even breed. Twee hoofdwegen? We zouden moeten kiezen, maar hoe? “Ik zou de linkse nemen,” stelde Frank voor, “hoe linker hoe flinker, hoe rechter hoe slechter.” Het was een spreuk die we al dikwijls hadden toegepast tijdens onze avontuurlijke ritjes tijdens de vakantie. Het was niet altijd de juiste oplossing geweest. “Is er iemand die de andere wil nemen. We kunnen ons altijd uitsplitsen. Ik denk echter dat dit in deze situatie misschien niet het verstandigste is.” Niemand leek echt een voorstander te zijn om de andere tunnelgang te nemen. Dus trokken we verder de linkse hoofdweg volgend. De tunnel begon na een tijdje zelfs nog te verbreden. Na een bocht stonden we plots in een soort hal. Het plafond strekte zich heel hoog boven ons uit. Hier waren geen pulserende wanden, maar de balken die naar de nok liepen, leken net een geraamte. Een soort karkas dat ons weer deed denken aan een levensgroot monster. We kregen geen tijd om ons zorgen te maken over het uitzicht. Achter ons, uit de opening langs waar we waren gekomen, verscheen een wezen dat tot nu toe alleen in onze dromen of een enge horrorfilm voorkwam. Een dikke spin, zo hoog als een Duitse dog met bovenaan drie koppen tippelde de hal binnen. Het hoofd van een man met spitsoren, een kattenkop en als laatste de kop van een dikke pad met grote ogen, keken het groepje met overduidelijke haat aan. Christa schreeuwde en de spinnenpoten bleven plotseling stokstijf stilstaan. Niemand durfde zich nog te verroeren. Gino en Frank hielden hun zaklamp voor zich uit alsof ze er kogels mee wilden schieten. Jammer genoeg was het geen pistool. Ik dacht zelfs dat zo’n monster niet met kogels dood kon gemaakt worden. “Ik weet wie dit is…,” fluisterde Frank. “Wat dit is, bedoel je waarschijnlijk,” fluisterde ik even stil maar met een sneer vol sarcasme aan, zonder dat ik wist wat doen. “Neen, ik weet het omdat ik er nog over gelezen heb voor mijn spreekbeurt. Dit is die demon uit de hel. Dit is Baël!

©Rudi J.P. Lejaeghere
20/07/21

11
Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 29 juli 2021
11
52
20

Comments

  • 16 aug
  • 1
Dat klinkt logisch, dat het Baël is (waar spreekbeurten al niet goed voor zijn)
1
  • 30 juli
  • 1
Je houdt de spanning er goed in Rudi 👍
1
  • 30 juli
  • 1
Weer een goed geschreven deeltje.
1
  • 30 juli
  • 1
Het is wel een dapper stel.
1
  • 30 juli
  • 1
Oehh.. Ik ben echt benieuwd hoe dit gaat aflopen.
1
Laad meer

Recente en relevant artikelen