Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Ten Huize Pistoni: Hoofdstuk 19

Huizen hebben een geschiedenis die geëtst is in hun stenen, die uitgeademd wordt uit hun voegen, die je enkel maar kan kennen en proeven als je binnenkomt.

Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 5 aug 2021
11
36
20
Afbeelding door Victor Chaidez via Unsplash

Terug van weggeweest

De deur waar we het kruisje hadden gevonden, opende eveneens met het handje. We hadden geluk of misschien liepen we juist in ons ongeluk. Het kon beide betekenen, maar we bleven niet te lang stilstaan bij deze gedachte.

Frank had ook nog zijn zaklamp kunnen behouden in alle schermutselingen van de laatste uren hier in deze wereld. Het licht van onze twee lichtbronnen gingen ons voor door de lange gang die lichtjes omhoog liep. Uiteindelijk kwamen we in een kleine ronde kamer waar er geen deur of venster te zien was. “Geef me eens de sleutel, Frank. Misschien is er hier een verborgen deur, net zoals die rode die we hebben opengedaan met die sleutel van de stad. We begonnen het klappen van de zweep en de kunsten van deze magische wereld te beheersen. Het duurde inderdaad niet lang vooraleer we weer op een van de wanden de lucht zagen dansen. De deur opende zich op dezelfde manier met onze sleutel. We stonden terug in het huis van Pistoni en wel op de zolder met de spiegel. We waren eruit geraakt of toch tenminste weer op een plaats waar we heel wat dichter bij onze wereld waren. Ik keek door de spiegel en zag de kooi, maar er was een zwart doek over gegooid. We konden niet uitmaken of Josy er nog inzat of niet. “Josy, hoor je ons. We hebben het handje mee.” Ik zag even het doek bewegen. Ik keek naar mijn vrienden en ze hadden het ook bemerkt. Misschien was Josy gekneveld, net zoals zij waren en kon ze niet antwoorden. Met het handje maakte ik een beweging over de spiegel maar er gebeurde niets. Hoe kon dat? “Misschien moet je erop slaan?” opperde Gino. “Neen, daarmee zou ik het handje breken, vermoed ik, dat kan niet de juiste methode zijn.” Met de punt van het vingertje op de hand duwde ik heel voorzichtig tegen de spiegel en ik zag dat de vinger een kras op de spiegel trok. Het glas bleef verder verbrokkelen. Net een spinnenweb van krassen tot uiteindelijk het glas van de spiegel uit elkaar viel. Er gebeurde niets. Ik hoorde geen geluid, alleen het doek dat over de kooi van Josy lag, bewoog even. We stapten allen door de spiegel en keken rondom ons. De kust leek veilig. We naderden de kooi. “Josy, we zijn binnen,” fluisterde ik, bang dat men ons zou horen. Maar Josy antwoordde nog niet. Voorzichtig nam ik de dichtstbijzijnde hoek van het doek vast en trok het van de kooi. De driekoppige demon sprong uit de kooi die open stond langs de verste kant. Het bloed stolde in onze aderen en we keerden ons vliegensvlug om en probeerden door de gebroken spiegel te ontsnappen. Daar stond een duistere figuur met een zwarte mantel en hoge hoed die ons met rode fonkelende ogen vol haat aankeek. Pistoni!

We waren in de val gelopen. Ik vermoedde dat het kruisje dat we gevonden hadden er moedwillig geplaatst werd door Baël om ons te lokken door de deur. Wat een uilskuikens waren we wel. Neen, ik wat het grootste uilskuiken om te denken dat ik slimmer zou zijn dan een kwade geest en zijn demon. “Jullie zijn echte lastpakken, jongens en … jongedame,” kraakte zijn stem. “Maar dit stopt hier en ik ben zeker dat jullie ouders je niet zullen missen met al de last die jullie veroorzaken. Jullie worden mijn dienaren, dat is nadat ik jullie zieltjes uit jullie lichamen heb gesneden.” We waren tegen elkaar aan gekropen in een van de hoeken van de kamer en ik voelde mijn vrienden beven van angst. Net zoals ik. Hoe zouden we hier nog uit geraken, toch voor het helemaal te laat was. Onze zielen waren verdoemd als Pistoni en Baël hun zin kregen. Wat had hij met Josy gedaan. Hij kon ze moeilijk tweemaal doden natuurlijk. Maar misschien waren er erger straffen in het geestenrijk. Ik was zeker geen specialist. “Wat heb je met Josy gedaan, Pistoni,” vroeg ik terwijl ik probeerde de angst uit mijn stem weg te moffelen. “Ik heb niets gedaan, maar mijn vriend hier heeft z’n krachten nog maar eens gebruikt. Toon het hen, Baël,” commandeerde hij de demon. Pistoni was in dit tweemanschap dus wel degelijk de meester. Baël tikte met een van zijn gelede poten tegen de kooi en de onzichtbare Josy werd terug zichtbaar. Ze was inderdaad gekneveld en kon geen woord uitbrengen. Haar ogen vertelden echter dat ze even bang was als wij. We waren allemaal in de val gelokt. “Geef mij maar dat kleinood,” kraste de stem van de in het zwart geklede man. Pistoni wees naar de gebroken spiegel en dan naar mijn broekzak. Hij wist dus van het handje of hij had ergens op de loer gelegen op de zolder, ook onzichtbaar. Wat konden wij stervelingen daar tegen doen.

Vooraleer ik verder had kunnen nadenken sprong Frank van achter mij naar voor en greep een van de grootste scherven van de spiegel en met één sprong was hij bij Pistoni. De man was verrast omdat een jongen probeerde weerstand te bieden tegen zijn superieure krachten. Voor hij had kunnen ingrijpen had Frank met het stuk glas een grote snede in de arm van Pistoni getrokken. Pistoni keek verbaasd naar de gapende wonde, die vreemd genoeg niet bloedde. Vreemd maar toch eigenlijk niet, want een dode bloedt eigenlijk niet omdat zijn hart niet klopt. Die gedachten speelden me door het hoofd toen ik zag dat hij met een zwaai van zijn andere arm Frank een opdonder gaf, zodanig dat die weer teruggeslagen werd en naast ons neerviel. Frank zag er wat duizelig uit en ik sprong boven hem om hem te beschermen voor meer geweld. Ik hoorde hem heel stil iets fluisteren. Ik boog mij nog dichter en deed alsof ik hem met mijn lichaam wou afschermen. Toen hij het herhaalde, begreep ik wat hij zei.

Ik keek vanuit een ooghoek naar Pistoni en zag dat hij heel gemeen lachte. “Denken jullie dat glas mij kan kwetsen, kijk, het groeit terug toe. Ik ben geen sterveling zoals jullie, haha.” Hij had er duidelijk plezier in. Inderdaad, de grote gapende wonde heelde zienderogen en was bijna toe. Met alle kracht die ik in mijn lijf had sprong ik omhoog, stak het kruisje in de wonde en legde er met al mijn kracht mijn handen over. Het waren die luttele seconden die ervoor zorgden dan de wonde volledig toegegroeid was en dat het kruisje die ons al een keer had gered, Pistoni in z’n greep hield. Met een onmenselijke kreet trok Pistoni zich in een hoek terecht en klauwde aan z’n arm waar we het kruisje in zagen gloeien. Z’n gezicht veranderde van vorm alsof er tientallen demonen in hem huisden. Sommige met brandende ogen, andere met nagelscherpe tanden en met een gevorkte tong. Baël had het schouwspel bekeken vanuit een andere hoek. De mensenkop schudde zijn hoofd. “Pistoni, Pistoni, je macht is dan uiteindelijk toch gebroken, ik heb je niets meer te bieden. Je hebt je laten misleiden door een aantal gewone kinderen. Je wensen zijn nu echt totaal opgesoupeerd. Had je mij je dochter kunnen schenken toen ze nog levend was, misschien had ik je wel verder kunnen helpen. Maar nu…, ik heb andere katten te geselen.” De kattenkop op zijn rechterschouder keek even geschoffeerd naar hem, maar begreep dan het om beeldspraak ging. Baël schrompelde ineen tot de grootte van een kleine spin en trippelde vliegensvlug weg door de kamer, langs een kier in de wand. Toen waren ze alleen met Pistoni die kermend in een hoek lag te zieltogen.

©Rudi J.P. Lejaeghere
31/07/21

11
Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 5 aug 2021
11
36
20

Comments

  • 16 aug
  • 1
dat was op het nippertje
1
  • 5 aug
  • 1
Top weer, Rudi!
1
  • 5 aug
  • 1
Hoofdstuk 19 alweer 👏 wederom goed geschreven Rudi
1
  • 5 aug
  • 1
Weer goed geschreven.
1
  • 5 aug
  • 1
Mooi geschreven!
1
Laad meer

Recente en relevant artikelen