Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Waarom is het een huishouden van Jan Steen?

Jan Steen is één van de bekendste schilders uit de Gouden Eeuw. Hij is vooral bekend van zijn humoristische dagelijkse taferelen, waaraan uitdrukking ‘een huishouden van Jan Steen’ is afgeleid. Ook de uitdrukking ‘leven in de brouwerij brengen’ is aan Jan Steen toegeschreven.

Geschreven door De Creatieve Bosheks
Gepubliceerd op: 20 juli 2021
9
23
14
Het vrolijke huisgezin van Jan Steen met op de voorgrond het kooikershondje. Bron: Commons Wikimedia.
Het vrolijke huisgezin van Jan Steen met op de voorgrond het kooikershondje. Bron: Commons Wikimedia.
Geboorte
Jan Havickszoon Steen werd ongeveer in 1626 geboren in Leiden als zoon van Havick Steen en Elisabeth Capiteyn. Het stel behoorde in Nederland tot de gegoede burgerij. Zij trouwden, vlak voor de geboorte van Jan Steen in 1625, voor de schepen en zijn hoogstwaarschijnlijk pas later gehuwd in een schuilkerk. Jan was de oudste zoon van Steen en Capiteyn en werd traditioneel gezien vernoemd naar de vader van Havick Steen. Bekend is dat Jan Steen minimaal een broer en zes zussen kreeg. Zijn ouders kregen nog meer kinderen, maar die stierven al op zeer jonge leeftijd. Als gevolg, dat in Leiden de room-katholieke doopregisters verloren zijn gegaan, kan de exacte geboortedatum van Jan Steen niet meer worden achterhaald en blijft dus onbekend. Evenmin zijn alle gegevens van zijn broers en zussen meer te vinden.

School
Jan Steen ging tijdens zijn schooltijd naar de Latijnse school in Leiden, de voorloper van het Stedelijk Gymnasium in Leiden. Het Stedelijk Gymnasium gebruikte het gebouw aan de Lokhorststraat tot 1883 en verhuisde toen naar de Doezastraat in Leiden. Vanaf 1938 is de school gevestigd aan de Fruinlaan. Het Stedelijk Gymnasium in Leiden is nog steeds één van de oudste scholen van Nederland. Naast Jan Steen bezocht ook zijn beroemde tijdgenoot, Rembrandt van Rijn deze school. Na zijn studie aan de Latijnse school, schreef Jan Steen zich in bij de Universiteit van Leiden. Zijn studie, aan de Universiteit van Leiden, heeft Jan Steen voortijdig beëindigd. Ondanks het feit dat Jan Steen zich inschreef bij de Universiteit van Leiden heeft hij waarschijnlijk nooit serieuze carrièreplanning gehad, maar de inschrijving bij de universiteit zorgde er wel voor dat Jan Steen vrijstellingen kreeg van onder andere de heffingen op accijnzen voor bier en wijn en ook van schutterijdiensten.

Opleiding tot kunstschilder
Er is weinig bekend over hoe Jan Steen de schilderkunst eigen heeft gemaakt heeft. Dit komt ook doordat er geen enkele document over zijn carrière bewaard zijn gebleven. Wel is bekend dat een oom van Jan Steen, die de oudste broer was van Jan Lievens, eveneens kunstschilder was. Deze oom kwam regelmatig bij Jan Steen over de vloer. Daarnaast zou Jan Steen, volgens biograaf Arnold Houbraken (1660-1719), schilder- en tekenles gekregen hebben van de landschapschilder Jan van Goyen. Later trouwde Jan Steen met de dochter van Goyen, maar er doen ook andere geruchten de ronde. De biograaf Jacob Campo Weyerman (1677-1747) verklaart dat Jan Steen juist les heeft gehad van Nicolaus Knüpfer. Knüpfer was een Duitse schilder, die vooral bekend stond om zijn schilderijen van historische en figuratieve taferelen. De Invloeden van de schilder Nicolaus Knüpfer lijken zichtbaar te zijn in Jan Steens zijn gebruik in compositie en kleur. Na de lessen van Knüpfer zou Steen, volgens Weyerman, in de leer zijn gegaan zijn bij de schilder Adriaen van Ostade. Van Ostade was een Haarlemse schilder en schilderde vooral het boerenleven.

Woonplaatsen van Jan Steen
Jan Steen woonde in 1649 in Den Haag. In november 1649 werden drie van de lijsten van jan Steen door het Haagse timmermansgilde in beslag genomen. Op 6 februari 1651 werd zijn oudste kind, zoon Thaddeus, in Den Haag gedoopt. Twee jaar later, in 1653 werd zijn dochter Eva geboren. Het gezin Jan Steen verhuisde in 1654 naar Delft. In Delft huurde Jan Steen vanaf 1 november 1654 brouwerij 'de Slang. De brouwerij was ook bekend onder de naam 'de Roskam'. De brouwerij werd voor zes jaar gehuurd. In het contract stond dat Jan Steen het recht had het huurcontract al na drie jaar te beëindigen. De brouwerij floreerde niet. Het gevolg was dat jan Steen in juli 1657 de hulp nodig had van derden. Zo moest een andere brouwer voor Jan Steen borg staan. Zo bleek uit een document dat Jan Steen zich, al vier maanden voordat de eerste drie jaren van het huurcontract voorbij waren, al 'gewesen brouwer' noemde. Het gevolg was dat Jan Steen tot in 1667 in Delft bezig was zijn schulden af te betalen.

Het tweede huwelijk van Jan Steen
Van 1656/1657 tot 1660 woonde Jan Steen met zijn gezin in Warmond. Het gezin verhuisde naar Haarlem en woonde daar in de periode 1660 tot 1670. In Haarlem had Jan Steen als schilder vermoedelijk zijn meest productieve periode. Gelukkig voor het gezin van Jan Steen was in 1669 zijn financiële gezinssituatie verbeterd. Jammer voor Jan Steen was dat in het voorjaar zijn vrouw stierf. In hetzelfde jaar stierf ook zijn moeder. Een jaar na het overlijden van zijn moeder stierf zijn vader en besloot Jan Steen terug te verhuizen naar Leiden. In Leiden zou Jan Steen de rest van zijn leven blijven wonen in het huis dat hij van zijn ouders erfde. Tot hoofd van het kunstenaarsgilde werd Jan Steen gekozen in 1671. Taveerne “de Vrede” werd door Jan Steen geopend in 1672. Een jaar later hertrouwde Jan Steen op 22 april 1673 met Maria van Egmond. Uit zijn eerste huwelijk, met Grietje van Goyen, had Jan Steen zes kinderen gekregen. Ook Maria was eerder getrouwd geweest en had uit haar eerste huwelijk twee kinderen. Jan Steen en Maria van Egmond kregen in 1674 een zoon. In deze periode liepen de schulden van Jan Steen ook weer op. Het oplopen van de schuilden werd mede veroorzaakt als gevolg van het Rampjaar, daar de kunstmarkt verslapte. Wel werd Jan Steen In 1674 opnieuw gekozen tot hoofd van het Sint-Lucasgilde. In deze tijd had de schilder vaak gezelschap van In deze periode vergezelde Frans van Mieris Jan Steen en was in deze periode ook vaak in gezelschap van hem. Na Frans van Mieris was Jan Steen ook vaak in gezelschap van Arnold Houbraken en Jacob Campo Weyerman. De tijd van hun samenzijn werd door het drietal, voor een groot gedeelte, al drinkend doorgebracht.

De nazaten van Jan Steen
Jan Steen stierf begin 1679 en werd op 3 februari in datzelfde jaar bijgezet in het familiegraf in de Pieterskerk in Leiden. Catherina, de dochter van jan Steen, trouwde met de zeeschilder Jan Porcellis. De twee zonen van Catherina werden later ook schilder.

De werken van Jan Steen
De schilderstijl van Jan Steen kan tot de barokstijl genoemd worden. Zo was het dagelijks leven voor Jan Steen zijn belangrijkste schilderonderwerpen. Het gevolg was dat veel geschilderde taferelen levendig waren. Je zou kunnen stellen dat deze taferelen zelfs chaotisch en wellustig waren. De geschilderde taferelen door Jan Steen waren zo kenmerkend, dat in de Nederlandse volksmond een huishouden van Jan Steen een veelgebruikt Nederlands gezegde is geworden.

De bedoelingen van de schilderijen van Jan Steen
De subtiele hints en de in zijn schilderijen gebruikte symbolen, kunnen aannemelijk maken dat Jan Steen de bekijker van zijn schilderijen niet zozeer wilde uitnodigen om het getoonde op de schilderijen na te bootsen, als wel om de kijker te vermanen. Zo zijn veel van de schilderijen van Jan Steen een referering aan de oude Nederlands spreekwoorden, gezegden of de literatuur. Daarbij fungeerde de familie van de schilder Jan Steen vaak als model.

De zelfportretten
Jan Steen schilderde een aantal zelfportretten. Deze doeken geven geen blijk van al te veel ijdelheid. Op de taferelen zie je geregeld een klein hondje opduiken, het betreft hier een oud Nederlands hondenras, namelijk het kooikerhondje.


De thema’s van Jan Steen
Jan Steen heeft zich met veel thema’s ingelaten. Zo schilderde hij historische, mythologische en religieuze scènes, portretten, stillevens en natuurtaferelen. Zijn afbeeldingen van kinderen op zijn schilderijen worden geroemd. Evenals zijn beheersing van licht en aandacht voor detail tijdens het schilderen, met name in textiel. Jan Steen maakte volgens de kenners van Jan Steen in zijn leven zo'n 400 schilderijen.

De waardering voor de schilderijen van Jan Steen
Ook de tijdgenoten van Jan Steen waardeerden de schilderwerken. Het gevolg van deze waardering was dat hij redelijk goed betaald kreeg voor zijn schilderijen. Hij had zelf geen studenten, maar zijn schilderrijen zouden voor veel van zijn collega's een bron van inspiratie zijn geworden. Zijn tijdgenoten en Jan Steen moesten zich door de grote vraag naar schilderijen van elkaar onderscheiden. Het gevolg was een grote artistieke dynamiek en de schilders ontwikkelden ieder hun eigen stijl. De Nederlandse schilderkunst kwam in de “Gouden Eeuw” tot uiting in tal van genres, waaronder de Bijbelse- en historische taferelen. Maar ook de groepsportretten, huishoudelijke taferelen en alle andere thema’s hadden in die tijd hun eigen bloeiperiode.


Artikel geschreven naar aanleiding van de module Gouden Eeuw
9
Geschreven door De Creatieve Bosheks
Gepubliceerd op: 20 juli 2021
9
23
14

Comments

  • 25 juli
  • 1
Hij is niet echt oud geworden, maar productief zat. Op velerlei gebied 😉🤣
1
  • 24 juli
  • 1
Wat een mooi, informatief artikel!!
1
  • 24 juli
  • 0
Wat een mooi en compleet artikel. Weer wat nieuws erbij geleerd.
0
  • 23 juli
  • 1
Ik wist niet dat de uitdrukking 'leven in de brouwerij' aan hem gelinkt is. Die andere ken ik niet, eigenlijk.
1
  • 22 juli
  • 1
Je artikelen lezen is voor mij een welgekomen verademing lieve...
1
Laad meer

Recente en relevant artikelen