Artikel.nl




Aan de rand van hun dagen

De woensdagenmiddagen blijven regenen. Onophoudelijk, onverklaarbaar. Het tranendal van het heelal.

Geschreven door Damianne Langedijk
Geschreven op: 7 okt 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
2
12
1
Afbeelding door Alvin Mahmudov via Unsplash
De woensdagenmiddagen blijven regenen. Onophoudelijk, onverklaarbaar.
Het tranendal van het heelal.
Stromend hondenweer zonder eind, op het even eindeloze hockeyveld.
Moeders en vaders toekijkend vanaf de zijlijn, met verwaaide haren, vermoeide gezichten. In hippe gele regenjassen, de grijsheid van de dag verbloemd in de stralende kleur van citroen en de zon.
Met een afwezige glimlach en de hoofden elders. Nog op het werk of al in volgende week.
Daar staan we weer, onze paden tijdelijk gekruist in het midden van de week. Gezamenlijk leunend over de reling.
De meisjes, met hun gekleurde kousen, elastieken benen.
Ze zijn nu een stipje. Steeds vager smelten ze in het late middaglicht.
In het verdwijnpunt van de eeuwigheid.

Een jonge zondagochtend.
Vader rent al een rondje door het park, we wisselen tijdelijk van rol.
Hij de wijde wereld in.
Ik binnen de muren, ik bewaak het viertal.
“Ontvlucht gerust de onrust“
Want geef de man eens ongelijk. Zij nemen onze energie.
Maar ze voeden tegelijk onze verwondering.
Kleuren de grijze ondertoon van onze dagen, vullen onze harten.
terwijl vader zijn hoofd leeg rent, stapelen wij houten dieren.
Een instabiele veestapel op de zondagmorgen, daar ben je dan voor opgestaan.
Ik drink er koffie bij, al wat stoffiger dan zij.
De bittere, trage volwassenheid naast de zoete, ontembare jeugd.
Door het vroege uur kronkelt een dierenwoordenslang.
"Stokstaart, tapir, roodborst. " Ze komen allemaal mijn ochtend voorbij,
en ik kijk nergens meer van op.

Zij weer aan het diner. Ik kijk toe.
Het ritueel volgens hun moeders spelregels. Van moe moet het al sjiek. Mes en vork in de juiste hand, zonder geknoei op de witte japonnen. Moeder streeft naar een vlekkeloos verloop van hun jonge dagen. En ik stuit op de onmogelijkheid daarvan, beweeg me door haar kronkels.
Wat willen ze graag de smaak van het leven proeven. En toch het liefst in de smaken die ze al kennen.
Paniek voor zuur en bitter.
Thuis in zoet en zout. Appels zonder klokhuizen, druiven zonder pit.
Alsof daar het grote gevaar van het leven zit.
Ik bespeur nieuwsgierigheid, en tegelijk de hang naar het vertrouwde.
De overheersende onschuld en al vleugjes volwassenheid.
Karakters schemeren door hun alledaagse kinderzielen.
Details van aangeboren persoonlijkheden door zomaar wat combinaties van toevalligheden tussen de ouders op een eerder moment.

Een jonge zomerdag.
De hortensia's bloeien alweer. Kortstondig, maar glorieus.
Zij bloeien ook. Maar dan langer, in volle glorie. Niet in een late lente. Maar in zes, zeven acht jaar. Onophoudelijk. Ze halen zichzelf in.
De vier in vol ornaat. Stralend. Hun geluk kan niet op. De waterpistolen mogen weer uit het berghok.
Het rennen gaat ze moeiteloos met de verheuging in hun benen.
Wat drijft ze? Het nieuw, het opnieuw, het herhalen. het lang geleden. Het heden.
Ik voel me trager naast hen. Passief. Vanaf het terras, vanachter de krant, zit ik weer in mijn rol. Mijn ogen gericht op de krant, maar hun theater onvermijdelijk .
Zij trekken elkaar aan de haren om de grootste pistool. Grijp ik in ? Laat ik ze?

Ik vraag me af wat er met hen gebeurt, wanneer je ze aan hun lot overlaat. In eerste instantie misschien chaos, ontremming. Escalatie. Maar op een dag zijn ze zelfstandig.
Soms vraag ik me af wanneer precies. Het gaat geleidelijk, maar soms lijken ze ingehaald door de tijd, springen ze vastberaden in het diepe.
2
Geschreven door Damianne Langedijk
Geschreven op: 7 okt 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
2
12
1

Comments

  • 12 juni
  • 0
Wow, prachtig. Hier hou ik van, goed geschreven een sterk stukje poëzie.
  • 12 juni
0

Recente en relevant artikelen