Artikel.nl




De vos en het doorzichtige meisje

Het leek die dag alsof de eerste bloesemblaadjes tegelijk met de regendruppels neervielen. De vos en het doorzichtige meisje - een verhaal.

Geschreven door Damianne Langedijk
Geschreven op: 7 okt 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
0
6
0
Afbeelding door Alex Glebov via Unsplash
Het leek die dag alsof de eerste bloesemblaadjes tegelijk met de regendruppels neervielen.
Alsof achter de donkerste wolk, toch het meest felle licht scheen.
Alsof de lentezon verlegen was, en zich maar vluchtig liet zien.
Terughoudend, nog niet geheel overtuigd misschien.
De lente wilde zich voorzichtig vertonen, maar leek nog wat onzeker.
Net zo onzeker als de mensen zich soms konden voelen over hun vertoning.
Tussen de seizoenen door bevinden zich twijfelachtige jaargetijden.
Met als gevolg dat alles wat leeft in de war is, en lichtelijk verward reageert.
Zo schommelden het laagland en de bewoners tussen late winter en vroege lente.

Je zag hoe de wolken aarzelden, hoe mensen zich vergisten in de temperatuur,
Hoe ze nog onder hun paraplu's scholen als de regen al was gestopt.
Hoe zij nog zonnebrillen droegen terwijl grijze wolken over hen heen trokken.
De hoofden in de mist van vroeger en later.
Vogels wisten niet welke kant ze op moesten vliegen. Ze zongen twijfelende wijsjes.
Vlinders vlogen tegen de wind in, vergaten hun route.
Mensen spraken in het wilde weg over de onderwerpen die ze altijd al bespraken.
Er werd gedachteloos doorgeraasd op de storm van alledag.
Er leken weinig ogen echt te kijken, weinig oren echt te luisteren.

Tijdens het vallen van de avond, tussen de laatste schemer en de eerste duisternis, verstopten de meeste mensen zich achter ramen en deuren. Verdronken in hun bezigheden.
Verpletterd door de alledaagse ritmes. Ver verwijderd van hun ware natuur.
De poolster keek helder neer op de doezelende, passieve wereld.

Er was één uitzondering.
Ze was het tegengestelde van de alledaagse, gehaaste mensen.
Ze noemden haar "Het doorzichtige meisje."
Waar vele mensen doordraaiden, verstilde zij. Waar de anderen lawaai maakten, was zij onhoorbaar.
Zij kwam en ging niet, zij verscheen, en verdween weer.
Zij liep niet, ze flaneerde. Zo lichtvoetig dat het eigenlijk meer zweven was.
Ze sprak ook niet in zinnen, maar zong vage melodietjes zonder woorden.
Wanneer de avond viel, zuchtten de bomen.

Toen de nachtdieren stilletjes ontwaakten, liep Het doorzichtige meisje vastberaden de nacht in.
Met een zekere haast ging ze de huizen voorbij.
Ze had ogen die altijd leken te zoeken, waardoor haar netvlies wonderen ving.
Mensen reageerden verbaasd wanneer ze voorbij vloog, want wanneer ze omkeken was ze alweer verdwenen.
De dieren echter, reageerden op haar alsof ze één van hen was.
Het doorzichtige meisje luisterde naar de stilte. Hoorde wijsheden in het ruisen van bomen en las verklaringen in de sterren. Vertaalde vogelgezang.
Zij verloor regelmatig de tijd, ergens tussen droom en werkelijkheid.
Haar ogen waren alert, haar gedachten dromerig.

Aan het einde van de straat, aan de rand van het bos, bewoog iets in het hoge gras.
Al gauw herkende het doorzichtige meisje in de verte de contouren van één van de meest mystieke dieren op aarde.
De grote volle staart, de puntige oren. Er volgden een paar stappen in elkaars richting, ze waren beide twijfelachtig, maar tegelijkertijd nieuwsgierig.

Zij gaven licht terwijl de rest verduisterde. Een oplichtend toneeltje in een vochtig grasland.
Het dier spitste de oren en bevroor even.
Het doorzichtige meisje hurkte en op dezelfde golflengte keken ze elkaar onderzoekend aan.
Het kon niet anders dan een vos zijn.
In het zwijgen en het zachte neerstrijken van Het doorzichtige meisje, vond de vos geruststelling.
Het was alsof ze elkaar direct konden verstaan zonder dat ze woorden wisselden.
De vos las in haar ogen vragen, en zij las in zijn ogen antwoorden.

Ze vroeg de vos, of de mensen zichzelf soms waren verloren.
Waarom vele mensen zo struikelden over hun eigen voeten.
De vos bleef stokstijf stil staan en verroerde zich niet.
Hij antwoordde in een taal die zij langzaam maar zeker kon ontrafelen.
Hij ging languit liggen en sloeg dan de ogen toe.
Het was alsof hij zeggen wilde, dat de mensen vaak niet stil kónden staan.
Dat zij daarvoor veel te gehaast waren.
Dat ze zichzelf en elkaar meestal over het hoofd zagen.

Het doorzichtige meisje keek triestig naar beneden.
Ze keek voorbij de huizen, haar blik op oneindig.
Ze leek zich af te vragen, of er dan geen ogenblikken waren waarin de mensen hun haast waren vergeten. Gouden momenten waarop de gehaaste mensen wél hun oren spitsten om de melodieën van de dagen te herkennen, om de geur van de lavendelstruiken in te ademen.
Of ze niet soms wél hun ogen wijd open sperden om het kleurenpalet te vangen van de seizoenen.

De vos sloeg op diezelfde manier zijn ogen neer. Alsof hij even nadacht, en tegelijk het antwoord al wist. Net toen de vos wilde vertellen dat voor deze momenten maar heel sporadisch en zeldzaam zijn, klonk er een geritsel.
Uit het niets verscheen een vijftal identieke vossen.
Ze omringden hen, en sloegen ook hun ogen toe.
In deze omcirkeling vond Het doorzichtige meisje langzaam maar zeker een antwoord.

"Zolang wij door geliefden omringd zijn, is er geen haast, geen geraas.
Geen vroeger of later. Zijn we tegen de kou en storm bestand."
Het was alsof de warmte van het samenzijn sprak, waar de taal ophield.
En op dat moment wisten ze, dat onzichtbare lijntjes ons allemaal verbinden,
zoals ook de sterren met elkaar verweven zijn.
0
Geschreven door Damianne Langedijk
Geschreven op: 7 okt 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
0
6
0

Recente en relevant artikelen