Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Valse bezorgheid (deel 3)

Een ander deel van het verhaal van Malinka en Dennis. Wie was ze voor ze elkaar ontmoetten? Wat voor leven had ze en hoezeer begon dat te veranderen toen Dennis in haar leven kwam?

Geschreven door Kasia Poltorak
Gepubliceerd op: 20 juni 2021
3
30
4
Valse bezorgheid
Valse bezorgheid
Afbeelding door Sammy Williams via Unsplash
TOEN

Ik was altijd bang dat ik als mijn moeder zou zijn - koud, onrein, ongenaakbaar; dat mijn kinderen zouden lijden omdat ik niet in staat zou zijn hen te geven wat kinderen nodig hebben - warmte, liefde, de vreugde van kind zijn. Niemand heeft me geleerd hoe ik een moeder moet zijn, niemand heeft me laten zien hoe het is om een ouder te hebben die eindeloos van je houdt. Ik had nooit de bescherming van een moeders armen om me heen en die zou zeggen: 'Ik hou van je. Maak je geen zorgen, alles komt goed.’
Wat voor moeder ik elke dag voor mijn zoon leerde te zijn, was het resultaat van mijn gedachten, mijn verborgen verlangens om het soort ouder te worden dat ik nooit had gehad. Het was het resultaat van tegen mezelf herhalen wie ik niet wilde zijn en niet wilde worden.
Ik zal mijn kinderen niet slaan om ze stille, gesloten mensen te laten worden. Om weg te lopen van de wereld uit angst voor afwijzing.

Ik zal mijn kinderen niet vergelijken met andere kinderen: ‘Waarom kunnen anderen het wel en jij niet?’, ‘Kijk naar andere kinderen, zij zijn beter.’

Ik zal ze nooit het gevoel geven dat ze minderwaardig zijn tegenover de rest van de wereld. Om hun eigenwaarde gelijk te maken aan nul. Dat zij de demonen van hun verleden keer op keer bevechten om anderen te bewijzen dat zij iets waard zijn - liefde, respect, waardering.

Ik ben een ‘voel niet’, ‘geef niet op’, ‘klaag niet’, ‘zeg niets’ machine geworden. De angst om een slechte ouder en een slecht mens te zijn, onwaardig voor liefde, waardering en respect, heeft zich in de loop van de jaren in mij opgehoopt, soms tot het punt van paniek, paranoia. Maar omdat ik een machine was, vond ik een manier om het juiste programma in mezelf te ‘installeren’, dat ik ‘niet-zijn’ noemde.
Ik was niet iemand die schreeuwde om aandacht, glimlachen en liefde. Ik was geen vrouw die vocht voor haar rechten om geliefd en gerespecteerd te worden. Dat was ik niet. Ik wilde die liefde, dat iemand het me gaf, maar ik sprak er nooit over. Ik accepteerde de wereld zoals hij was.
In mijn diepste dromen, wilde ik alleen maar dat iemand van me hield. Ik wilde met iemand zijn die uren met me praat, me raad geeft, me door moeilijke tijden loodst en me helpt problemen te overwinnen. Ik aanvaardde de wereld zoals hij was - ik was er alleen in; ik had alleen een jongere broer en zus die mij nodig hadden om sterk te zijn, om te blijven glimlachen en om hen te steunen. Ik probeerde uit alle macht hen niet te laten zien dat ik me, ondanks mijn geveinsd optimisme en de nepglimlach op mijn gezicht, van binnen leeg en alleen voelde. Hoe ouder ik werd, hoe banger ik werd dat ik voor altijd alleen zou blijven; dat er nooit iemand zou zijn die diep en onvoorwaardelijk van me zou houden.
Ik wijdde al mijn energie aan werk. Hoewel het hard, vermoeiend en stressvol kon zijn, leidde het mij effectief af van mijn privé-leven, waarin ik niemand anders had dan mijn broertje en zusje. Veelvuldige ontmoetingen met hen vulden thuis de ondraaglijke stilte wanneer de intensieve werkdagen ten einde liepen en de wereld in slaap viel, evenals de eenzaamheid die mij elk jaar meer en meer teisterde.
Ik hield van ontmoetingen met Martijn en Maria. Het gelach dat door mijn appartement galmde zodra ze binnenkwamen. Lange uren doorgebracht met praten - serieus en triviaal - over alles en niets, samen eten, en kijken naar films of tv-series. En hoewel ik nooit zou kunnen opgeven hen te ontmoeten of lange telefoongesprekken met hen te voeren, hoe ouder ik werd, hoe meer ik het privé-leven miste dat ik nooit had gehad. Voor een man die van me zou houden en thuis op me zou wachten als ik terugkwam van een dag hard werken. Voor de rustige ochtenden aan de zijde van iemand van wie ik met heel mijn ziel kon houden, voor de koffie die we samen dronken, voor de winkeltochtjes waarbij we samen producten uitkozen, waaruit we dan samen heerlijke maaltijden kookten. Om in slaap te vallen aan de zijde van een man die me een gevoel van vervulling en veiligheid geeft.
En toen ontmoette ik Dennis. Ik ontmoette hem toevallig in de supermarkt vlakbij het kantoor waar ik werkte. Ik had hem daar nog nooit gezien omdat, zoals ik later ontdekte, hij daar toevalling aan het winkelen was. Ik ging vaak naar die winkel, als ik na het overwerken snel boodschappen wilde doen voor het avondeten en de komende dagen, om daarna weer snel naar huis te gaan. Ik hield van de winkelbedienden, die altijd aardig waren en me konden adviseren welk vlees ik op een bepaalde dag moest kiezen zodat het vers zou zijn, of me konden herinneren aan speciale aanbiedingen die ik gewoonlijk niet opmerkte vanwege mijn drukke leven. Werken in de boekhouding met internationale cliënten beviel me zeer goed, hoewel het me geen hoog inkomen opleverde. Daarom profiteerde ik vaak en graag van prijsverlagingen.
Dennis had onlangs met een vriend afgesproken in een klein familierestaurant dat ik goed kende en dat zich, net als de supermarkt, dicht bij mijn kantoor bevond. Hij besloot boodschappen te doen om, net als ik, de lange rijen te vermijden in de winkel waar hij gewoonlijk zijn inkopen deed.
We kwamen elkaar tegen op de groente - en fruitafdeling. Ik liep snel tussen de rekken vol vers en geurig fruit en groenten door zonder enige aandacht te schenken aan de mensen die mij passeerden. Ik was aan het nadenken over het fruit dat ik die avond en de volgende dagen zou kopen, toen mijn aandacht werd getrokken door de sinaasappelen die helemaal achteraan in de schappen lagen. Ik bleef ernaar kijken en zo botste ik onwillekeurig tegen Dennis op die grote rode appels in een plastic zak aan het doen was.
- Oh, sorry - riep ik uit, zodra ik mijn voorhoofd tegen iemands schouder voelde botsen. Ik tilde mijn hoofd op om recht in de ogen van de vreemde man te kijken. Ik verwachtte een onaangename opmerking zoals: ‘Pas op waar je loopt, vrouw!', maar in plaats daarvan werd ik verwarmd door zijn vriendelijke gelach, onmiddellijk gevolgd door een warme dikke stem:
- Er is niets gebeurd. Volgens mij, moet mijn arm excuses bieden - zei hij en, zijn voorhoofd rimpelend, keek hij naar de mijne. - Ik hoop dat deze roodheid niet verandert in een blauwe plek, want van wat ik kan zien, gaat het een flinke worden. - Hij fronste zijn gezicht, alsof de aanblik van de roodheid waarover hij sprak hem lichamelijke pijn bezorgde.
Ik raakte als een reflex de plek aan waar hij naar keek. Ik voelde een pulserende warmte, waar ik erg verbaasd over was, want de inslag was helemaal niet sterk. Of dat dacht ik tenminste.
- Ik hoop het ook - ik gaf toe en bij de gedachte alleen al dat ik de volgende dag op mijn werk zou verschijnen met een grote blauwe plek midden op mijn voorhoofd, kronkelde ik. Ik kon de verbaasde blikken al zien, de stille opmerkingen achter mijn rug dat ik waarschijnlijk geslagen werd door een mysterieuze partner waar ik niet over praat of de speculaties dat ik tijdens de werkweek dronken was geworden en tegen een muur was gebotst.
- Als je snel iets kouds op je voorhoofd legt, zou de roodheid moeten verdwijnen. - Adviseerde hij bezorgd.
- Ik zal het doen zodra ik thuis ben. Nu moet ik gaan winkelen - lachte ik om zijn bezorgdheid. Grote blauwe ogen, een glad geschoren gezicht en veel zwarte glanzende krullen - dat is alles wat ik toen zag. Hij was ongelooflijk knap en rook heerlijk.
- Misschien haal ik dan iets uit de diepvriesafdeling - stelde hij voor, wijzend naar een rij vrieskasten aan de andere kant van de winkel.
- Waarvoor? - vroeg ik dom, uit mijn gedachten getrokken over hoe fijn het zou zijn om tegen zijn warme gladde wang aan te kruipen en de geur van kruidig parfum diep in te ademen. Die was dacht ik zeker niet goedkoop.
- Voor de roodheid op je voorhoofd - legde hij verbaasd uit.
- Oh ja! Nee, dat is oké. Het is niets, het gaat vanzelf weg. - Mijn tong raakte in de knoop. Met al mijn kracht duwde ik de beelden weg die door mijn verbeelding werden opgeroepen. - Het spijt me weer, meneer. - Ik was in verlegenheid gebracht en wilde mijn weg vervolgen toen hij zei:
- Maar ik zal toch iets kouds brengen, wacht hier. Ik zou het mezelf niet vergeven als je morgen aan je nieuwsgierige vrienden zou moeten uitleggen over een lelijke blauwe plek midden op je voorhoofd. - Het was de eerste keer dat Dennis duidelijk liet blijken dat hij altijd doet wat hij wil en verwacht dat iedereen naar hem luistert, dat een ander zich aan zijn wil onderwerpt. ‘Nee' bestond voor hem niet. Niet wetend waarom, maakte ik toen geen bezwaar, maar bleef gehoorzaam bij de verdomde sinaasappels staan en wachtte tot hij terugkwam met een pakje bevroren frambozen.
Waarom had de intuïtie van een vrouw, of een of ander zesde zintuig toen niet gewerkt, tijdens onze eerste ontmoeting, die ik in de toekomst zou vervloeken, maar pas twee jaar later, toen uitbreken uit Dennis' klauwen onmogelijk leek? Ik kon dan mijn vastberadenheid en zelfvertrouwen tonen, waaraan het mij niet elke dag ontbrak, en die ik meestal verloor in Dennis' aanwezigheid, zowel toen als later. Ik had hem kunnen zeggen de bevroren frambozen in zijn reet te duwen in plaats van gehoorzaam rond te lopen in de supermarkt met ze op mijn voorhoofd gedrukt.
Ik volgde hem gehoorzaam tussen de rekken terwijl hij mijn mandje vasthield en er de producten in deed die ik nodig had. Blindelings, zonder nadenken, en gehoorzaam. Toen leek hij nog galant, zorgzaam. Hij charmeerde mij met zijn bereidheid om te helpen, wat in feite het begin was van zijn poging om bezit van mij te nemen, om mij aan al zijn wensen te onderwerpen. Een geslaagde poging.
- Ik voel me nog steeds schuldig dat ik je pijn heb gedaan met die botsing - zei hij toen we bij de kassa stonden en elk onze aankopen op de band legden, hoewel de botsing niet zijn schuld was maar de mijne. - Zou ik je mogen uitnodigen voor koffie of thee als genoegdoening? - Stelde hij voor.
- Er is niets gebeurd. Het was mijn schuld. - Antwoordde ik naar waarheid. Die dag voelde ik mij volkomen uitgeput, het enige waar ik van droomde was een goed boek en een warme zachte deken, en toch zei ik tegen mijn vermoeidheid en mijn eigen wil in: - Ik heb wel trek in thee. - De droom van een avondje relaxen in het comfort van mijn knusse woning was vergeten.
Na die avond met hem doorgebracht te hebben in een leuk café waar we langzaam thee dronken en veel lachten, hoopte ik hem de volgende dag te ontmoeten. Ik kon alleen maar aan hem denken - zijn grote goed verzorgde handen die zachtjes de dampende mok vasthielden, zijn sterke armen, mooie gezicht, zwarte krullen en zijn charmante glimlach.
Na twee dagen ontmoetten we elkaar weer, weer schijnbaar toevallig. Ah, wat was ik blij. Ik kon niet wachten op deze ontmoeting. Deze keer botste ik niet tegen zijn sterke arm, kreeg ik geen rode plekken op mijn voorhoofd en hoefde ik er geen diepvriesmaaltijd op te leggen, maar brachten we de avond door met het drinken van aromatische thee en het praten over onszelf. Vanaf die avond ontmoetten we elkaar regelmatig en ik keek met grote verwachting uit naar elke ontmoeting.
Ik hoorde dat Dennis een vooraanstaand advocaat was in onze stad en veel belangrijke zaken had behandeld waar ik nog nooit van had gehoord. Hij hield van rustige avonden thuis met een glas wijn of een kop thee, klassieke muziek en snelle auto's. Hij maakte indruk op me met elk woord, elk gebaar, met zijn galantheid - deuren voor me opendoen, me zachtjes bij de arm nemen als hij me naar de tafel leidde die voor ons gereserveerd was, de bloemen die hij me elke keer gaf als we elkaar ontmoetten.
Als we samen uit eten gingen, koos hij altijd de beste restaurants in of buiten onze stad. Hij was degene die voorstelde wat we die dag of avond zouden doen, en ik ging in op elke suggestie die hij deed. Of het nu ging om een chic diner in een duur restaurant wat ik me nooit zou kunnen veroorloven vanwege mijn lage inkomen, een wandeling in het bos ondanks de kou of het kijken naar een film die ik eigenlijk niet leuk vond - ik stemde overal mee in.
Plotseling ontdekte ik dat ik van sushi hield, wat ik tot dan toe had vermeden; dat om de een of andere reden lelietjes-van-dalen mooier begonnen te lijken (Dennis vond dat ze bij mij pasten) dan de rode rozen waar ik van hield. Comfortabele schoenen met platte zool verving ik steeds meer door hakken, nadat Dennis op een avond had gezegd dat mijn benen te sexy waren om te worden geplaatst in schoeisel dat meer geschikt is voor een grootmoeder dan voor een jonge vrouw. Na onze eerste nacht werd mijn ladenkast regelmatig gevuld met piepkleine pyjama's, en ik ruilde de praktische en ingetogen lingerie in voor heel sexy exemplaren in opvallende kleuren, vol uitsnijdingen en delicaat kant, want dat vond Dennis mooi.
Op een gegeven moment leek zelfs mijn appartement niet meer op het mijne. De belangrijkste plaats in de keuken werd ingenomen door het dure koffiezetapparaat dat Dennis voor me had gekocht, omdat hij zich niet kon voorstellen de dag te beginnen zonder koffie van versgemalen bonen. Ook de potten met mijn geliefde kruiden waren weg, omdat Dennis vond dat ze de keuken onoverzichtelijk maakten. Beige en witte tinten namen de plaats in van groene in de woonkamer, blauwe in de keuken en turkoois in de gang. Zelfs het balkon was versierd met bloemen en planten waar mijn geliefde van hield.
Ikzelf, hoewel ik het toen niet zag, stopte met mezelf te zijn. Ik ontmoette mijn vrienden steeds minder vaak en verzon steeds meer nieuwe uitvluchten, ook al had ik niet altijd zin om ze te zien. Ik weigerde ook mijn broertje en zusje steeds vaker te zien en legde hen uit dat ik tot dan toe als alleenstaande vrouw meer tijd voor hen had dan de nieuwe ik in een relatie met een man. In het begin begreep iedereen mijn uitleg en legde die neer op het feit dat ik verliefd was geworden. Het leek hen dat de eerste verliefdheid voorbij zou gaan en dat dan de oude ik terug zou komen - liefdevolle sociale bijeenkomsten en lange familieavonden met Martijn en Maria. Hoe fout ze zaten, zouden we allemaal snel te weten komen.
Er waren tijden dat ik Dennis vertelde dat vrienden, mijn broertje en zusje steeds vaker vroegen om met mij af te spreken, en ja, dan zou ik hen zien, maar alleen in Dennis' aanwezigheid.
- Ik vind het normaal dat een stel samenkomt met vrienden, kennissen en familie,' zei hij een keer, toen Martijn me vroeg om af te spreken en hij wilde afzeggen omdat hij hoofdpijn had.
- Ja, natuurlijk heb je gelijk. Maar dat betekent niet dat we niet apart kunnen afspreken als een van ons geen zin heeft of ziek is.
- Nou, als je je broer wilt zien of zaken met hem wilt bespreken die niet voor mijn oren bestemd zijn, ga je gang natuurlijk. Maak je geen zorgen over mij, de hoofdpijn die mijn schedel lijkt te vernietigen zal waarschijnlijk snel overgaan. - Hij paste zijn ‘spel’ toe op mijn emoties en wist met succes mijn schuldgevoel te versterken. - Hij voelde zich vreselijk slecht, en ik was de slechterik die hem alleen thuis wilde laten in zo'n ongemakkelijke situatie.
Ik voelde me vreselijk omdat ik er zelfs maar aan dacht het huis zonder hem te verlaten en annuleerde natuurlijk de ontmoeting met mijn broer. De hele avond sliep Dennis, en ik keek stomme tv-programma's en verveelde me zo dat ik op een gegeven moment niet meer wist wat ik met mezelf aanmoest. Om niet verveeld te raken, heb ik zijn hele keuken schoongemaakt. Toen ik naar bed ging waren het aanrecht en alle apparatuur glimmend. Dennis hield van netheid en bleef me dat zeggen.
We waren erg verliefd op elkaar en bijna onafscheidelijk. Dus het was voor niemand een verrassing dat we snel gingen samenwonen. Dennis had het er al over gehad dat ik naar hem zou verhuizen, naar de wijk waar hij van hield (hij haatte de mijne en was niet bang om daar openlijk over te praten; soms had ik de indruk dat hij fysiek leed telkens als we een nacht of een weekend bij mij thuis doorbrachten) na slechts drie maanden, toen het duidelijk was dat we allebei serieus met onze relatie bezig waren. Persoonlijk vond ik het niet erg, in feite was ik tevreden met de huidige regeling. Ik was altijd vrijgezel geweest, hield van mijn appartement en hechtte aan mijn privacy. Omdat ik vroeger veel eenzame avonden had, was ik niet gewend om met iemand samen te zijn en soms stoorde het me echt dat ik geen moment voor mezelf had. In de laatste weken voor ik bij Dennis introk, had ik niet veel van die dingen. Hij leek altijd naast me te staan. Alleen als hij aan een nieuwe zaak begon te werken en de dossiers wilde bekijken of zich voorbereidde op een belangrijke rechtszitting, verdween hij voor een avond of twee in zijn appartement. We brachten de meeste tijd bij hem thuis door, dus die enkele momenten in mijn eigen appartement, waar ik elke hoek kende, koesterde ik en vierde ik zelfs elk moment dat ik alleen met mezelf kon zijn.
Daarom was ik verrast toen Dennis over samenwonen begon. Ik wist dat ik die laatste momenten zou missen waarop ik alleen kon zijn. En omdat hij toch bijna altijd bij me was, zag ik geen reden om overhaast te besluiten om te gaan samenwonen. Ik hield van hem, ja. Daar had ik geen twijfel over. Maar ik had de indruk dat we te veel haast hadden, dat onze relatie een onnodig tempo aannam, en dat we onszelf meer tijd moesten gunnen om elkaar beter te leren kennen.
Hoewel ik mijn twijfels had over het te snel nemen van zo'n grote beslissing, wilde ik dit niet aan Dennis te vertellen. Ik wilde hem geen pijn doen. Ik wilde ook niet dat hij zou denken dat ik niet bij hem wilde zijn of dat ik onze relatie als een tijdelijke oplossing zag om eenzaamheid en te veel vrije tijd te doden. Daarom, toen hij het er weer over had, stemde ik toe.
We zouden het eerste mooie zonnige weekend van mei bij Dennis thuis doorbrengen. Hij had een wandeling gepland in een park in de buurt, zodat we samen konden genieten van de natuur die na een lange en koude winter weer tot leven kwam. De wereld begon naar de lente te ruiken, de bomen werden elke dag groener. De zon verwarmde onze huid aangenaam. Dennis besloot dat het zonde was om tijd te verspillen door thuis te zitten terwijl het buiten zo mooi was. Na de wandeling zouden we bij zijn ouders gaan eten – dit heeft ook hij gepland. Hoewel ik die dag helemaal geen zin had in een familiebijeenkomst, gaf ik de voorkeur aan een luie en rustige avond alleen in zijn gezelschap. Om de een of andere reden vond Dennis het erg belangrijk om zijn ouders en zussen te ontmoeten, en aangezien hij me toch zou hebben overgehaald om te gaan, ben ik akkoord gegaan.
Ik was net bezig mijn spullen die ik nodig had voor twee dagen weg van huis in een marineblauwe sporttas te pakken, toen Dennis comfortabel en languit op de sofa in de woonkamer, mij aandachtig gadeslaand, weer begon over het feit dat ik bij hem zou intrekken:
- Schatje, ben je het niet beu om constant die tas in en uit te pakken? – Vroeg hij. - Ik weet dat je dit appartement leuk vindt, hoewel ik toegeef dat ik nog steeds niet begrijp waarom. Deze buurt is helemaal niet interessant, het is gewoon verschrikkelijk. Persoonlijk ben ik het beu om samen te zijn en toch gescheiden. - Voegde hij eraan toe en viel stil. Voor mij betekende deze opmerking één ding - we zijn terug bij datgene wat ik heb geprobeerd weg te duwen en deze keer zal ik het moeten opgeven.
- Soms word ik er moe van, dat geef ik toe. En ik vind dit appartement erg mooi, dat is waar. Ik heb hier vele jaren doorgebracht, heb het op mijn eigen manier ingericht en voel me hier best op mijn gemak - antwoordde ik, terwijl ik nog steeds mijn spullen aan het inpakken was.
- Betekent dat dat je nog steeds niet met me wilt samenwonen? - Ik zag verbazing en hoorde teleurstelling in zijn stem.
- Dat heb ik niet gezegd - verdedigde ik mezelf. - Ik heb alleen jouw eerste vraag beantwoord. En om de tweede vraag te beantwoorden - natuurlijk wil ik dat we samenwonen. Als je wilt dat het zo snel mogelijk gebeurt, moeten we serieus praten en alles zorgvuldig plannen. - Ik gaf het op. Mijn innerlijke stem zei me dat Dennis niet zou opgeven en dat als ik nu nee zou zeggen, hij steeds weer op dit onderwerp zou terugkomen tot ik aan hem zou toegeven. Ik wist al dat hij nooit opgeeft en uiteindelijk altijd bereikt wat hij wil.
- Dat is geweldig! - Hij klapte verrukt in zijn handen. - In dat geval, vanavond, zodra we terug zijn van mijn ouders, zullen we alles grondig plannen. Er is geen tijd te verliezen, ik wil je zo snel mogelijk bij me. - Ik was geamuseerd door zijn enthousiasme. Ik begon hardop te lachen.
- Je hebt me toch bij je - zei ik naar waarheid, nog steeds lachend.
- Maar ik wil je op een andere manier, alleen voor mezelf - hij sprong op van de bank en nam me in zijn armen. Ik omhelsde de holte in zijn nek. Hij rook heerlijk.
- Je hebt me helemaal voor jezelf, schatje.
- Ik heb en ik zal je nooit meer laten gaan - fluisterde hij en in mijn oor en ik kreeg rillingen. Zijn woorden maakten me bang, ze klonken onheilspellend. Maar toen ik toegaf aan Dennis' vreugde, duwde ik ze snel weg.
De intuïtie van een vrouw werkte weer eens niet.

Diezelfde dag, toen we terugkwamen van zijn ouders, begonnen we mijn verhuizing te plannen. Of beter gezegd, Dennis had het allemaal gepland. Wanneer ik zou verhuizen, welk bedrijf we zouden inhuren om mijn spullen te verhuizen, wat er met mijn appartement zou gebeuren, en zelfs het feit dat we meteen na de verhuizing allebei een paar dagen vrij zouden nemen zodat we het samenwonen konden vieren.

Twee weken later woonden we al samen.
3
Geschreven door Kasia Poltorak
Gepubliceerd op: 20 juni 2021
3
30
4

Comments

  • 24 juni
  • 0
Goed geschreven!
  • 24 juni
0
  • 23 juni
  • 0
Ik ben weer bij met alle delen t/m 4! Alles gewaardeerd met een kopje koffie, maar niet uit dat monsterlijke ding van Dennis ;-) . Ik krijg de kriebels van dit verhaal.
  • 23 juni
0
  • 21 juni
  • 0
Wow.. goed geschreven weer, ik kijk uit naar het volgende deel!
0
  • 21 juni
  • 0
Hartelijk dank voor jouw reactie, Noa!
  • 21 juni
0

Recente en relevant artikelen