Artikel.nl




De draagkracht verbeteren van zowel vaders als moeders

Stress van ouders kan verband houden met negatieve ontwikkelingsuitkomsten van kinderen. Het is daarom van belang om de draagkracht van ouders te verbeteren, zodat zij beter om kunnen gaan met stress. Stress en draagkracht hangen namelijk sterk met elkaar samen.

Geschreven door Wolf
Geschreven op: 1 juli 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
1
5
0
Afbeelding door Ricardo Moura via Unsplash
Een model dat opvoedstress bij ouders kan verklaren is het familie stress model. Dit model houdt in dat economische problemen van ouders negatieve effecten hebben op hun emoties, relaties en gedrag. Dit heeft volgens dit model een negatief verband met de socialisatie van kinderen. Bronfenbrenners bioecologische systemen theorie gaat in op de ontwikkeling van kinderen. Volgens het model van Bronfenbrenner ontwikkelt een kind zich in de context van verschillende systemen, zoals ouders en school, maar ook de relaties hiertussen. Voor een optimale ontwikkeling is een goede samenwerking tussen de systemen van belang. Een positieve ontwikkeling van kinderen hangt volgens Bronfenbrenner samen met het welzijn van ouders.

Veel eerder onderzoek dat gedaan is naar opvoedstress bij ouders, richt zich enkel op de moeders en zwijgt over de effecten van stress bij vaders. De meeste interventie programma’s voor het verminderen van opvoedstress zijn dan ook gericht op moeders. En dat terwijl interventies gericht op de geestelijke gezondheid van ouders, dus ook van vaders, van cruciaal belang zijn vanwege de relatie ervan met mentale kwalen, zoals angst, depressie en stress, bij ouders en kinderen.

Twee belangrijke begrippen, die worden gebruikt in dit onderzoek, zijn draagkracht en stress. Draagkracht wordt gedefinieerd als de mate waarin iemand omgaat met uitdagingen die iemand in het leven tegenkomt. Stress wordt gedefinieerd als een emotionele en gedragsmatige reactie op een negatieve gebeurtenis.

De verschillen in behoeften van vaders en moeders op het gebied van interventies om hun draagkracht te verbeteren zullen verder worden onderzocht. Ook wordt er onderzocht of er, naast de bestaande interventies voor moeders, vadergerichte interventies moeten komen om de draagkracht van vaders te verbeteren.

Stress: verschillen tussen Vaders en Moeders

Om de draagkracht van zowel vaders als moeders te kunnen verbeteren is het van belang dat er eerst gekeken wordt naar hoe beide ouders stress ervaren en op welke gebieden. De verschillen tussen vaders en moeders op het gebied van stress zijn klein, maar wel aanwezig. Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen dagelijks meer stress ervaren, omdat zij ingrijpende levensgebeurtenissen als negatiever ervaren dan mannen. Ook de gebieden waarop mannen en vrouwen stress ervaren bleken te verschillen. Vrouwen zouden familie- en gezondheidsproblemen van hun naasten als stressvoller ervaren, terwijl bleek dat mannen financiële problemen en relaties stressvoller vinden. Daarnaast bleek het opleidingsniveau alleen voor vrouwen negatief gerelateerd aan stress.

In ander onderzoek is de relatie tussen opleidingsniveau en stress van moeders niet gevonden. Uit dit onderzoek bleken onder andere het hebben van kinderen met een volgens de moeder lastig temperament en negatieve levensgebeurtenissen, zoals scheiding, ziekte of financiële problemen gerelateerd aan hogere mate van stress onder moeders. Ziekte en financiële problemen werden in dit onderzoek als één categorie beschouwd, waardoor het in dit onderzoek niet duidelijk is of vrouwen voornamelijk stress ervaren van financiële problemen of dat zij veel stress ervaren van ziekte en gezondheidsproblemen. Uit later onderzoek blijkt dat vrouwen voornamelijk stress ervaren van ziekte en gezondheidsproblemen.

In een ander onderzoek is het verband tussen het temperament van het kind en de stress bij moeders ook gevonden. Hetzelfde verband met temperament werd gevonden voor stress bij vaders. Toch bleken er verschillen tussen vaders en moeders te bestaan. Waar stress van vaders een negatief verband bleek te hebben met de mate van sociaal gedrag onder kinderen, bleek meer stress van moeders samen te hangen met een hogere mate waarin kinderen actief gedrag vertoonden. Al met al verschillen de gebieden waarop vaders en moeders stress ervaren dus van elkaar.

Interventies voor het verbeteren van de draagkracht van ouders

Er zijn maar weinig interventies voor het verbeteren van de draagkracht van vaders. Uit dit onderzoek blijkt dat interventies gericht op beide ouders voor vaders minder effect hebben op de ervaren stress dan interventies die alleen op de vaders gericht zijn. Koppelgerichte interventies blijken voor vaders wel beter te werken dan interventies die enkel op de moeder gericht zijn.

Wat voor soort interventies het beste zouden kunnen werken voor vaders is nog onduidelijk. Er wordt aangeraden om vaders voor de geboorte van hun kind te informeren over het vaderschap. Er zou bijvoorbeeld informatie gegeven kunnen worden over signalen van kinderen en hoe hier adequaat op te reageren, maar ook over het risico dat ouders lopen op het ontwikkelen van stress en depressie en hoe hiermee om te gaan.

Naast vooraf gegeven informatie blijken interventies, waar vaders massage technieken leren om hun partner en kind te masseren, voor vaders goed te helpen. Praatgroepen blijken voor vaders geen stress verminderend effect te hebben, dit in tegenstelling tot praatgroepen voor moeders. Een voorbeeld hiervan is de moeder-baby groep in Overvecht, waarvan de begeleiders vertellen dat er een positief effect is op de ervaren opvoedstress van moeders. Er zijn momenteel nog te weinig interventies die specifiek op vaders gericht zijn, terwijl er dus wel verschillen zijn voor vaders en moeders in welke interventies het beste helpen om hun draagkracht te verbeteren.

Conclusie

Kortom, zijn er naast de bestaande interventies voor moeders vadergerichte interventies nodig om de draagkracht van vaders te verbeteren? Het is duidelijk dat vaders en moeders stress ervaren op andere gebieden. Waar moeders meer stress ervaren van ingrijpende en negatieve levensgebeurtenissen, ervaren vaders meer stress op financieel gebied en relaties. Het family stress model gaat in op het effect van financiële problemen op stress van ouders. Als het echter alleen vaders zijn die stress van financiële problemen ervaren, zullen interventies die gericht zijn op het verbeteren van de financiële situatie enkel werken voor vaders. Het is dus van belang om aparte interventies voor moeders en vaders te ontwikkelen.

Naast de verschillende gebieden waarop ouders stress ervaren, ervaren vrouwen dagelijks meer stress dan mannen. Wat betreft het temperament van het kind zijn er ook verschillen gevonden. Sociale eigenschappen van het kind wegen voor vaders zwaarder mee, terwijl moeders een hogere mate van activiteit van het kind als stressvoller ervaren. Ook het geslacht van het kind blijkt mee te wegen.
De bovengenoemde beweringen over stress bij ouders en interventies ter verbetering van de draagkracht van ouders zijn gebaseerd op enkele bronnen en zijn daarmee niet volledig betrouwbaar. De resultaten van het onderzoek waren gebasseerd op zelfrapportage. Er bestaat daarom een mogelijkheid dat mannen en vrouwen enkel verschillen in wat zij willen rapporteren en niet in wat zij daadwerkelijk vinden. Ook is er in dit onderzoek een gemakssteekproef gebruikt, waardoor de resultaten lastig te generaliseren zijn. Daarnaast is geen enkel bovengenoemd onderzoek gebaseerd op experimenten, en vallen er dus geen conclusies te trekken over causaliteit. Het is daardoor mogelijk dat er een andere, niet onderzochte, factoren meespelen. Hoewel uit het bestaande onderzoek enkele verschillen tussen de werking van interventies voor vaders en moeders naar voren komen is het van belang dat er meer onderzoek naar het onderwerp gedaan wordt. Er kunnen momenteel namelijk nog geen conclusies getrokken worden op basis van causaliteit en voor het ontwikkelen van goede interventies is dat wel van belang.

Vanwege de verschillende ervaringen van vaders en moeders als het om stress gaat, lijkt het niet meer dan logisch dat ook de interventies voor vaders en moeders verschillen. Toch zijn er op dit moment maar weinig interventies die enkel op vaders gericht zijn, terwijl er aan interventies voor moeders niets ontbreekt. Daarnaast zijn er nog weinig interventies die ingaan op de verschillende systemen van het Bronfenbrenner model. Volgens dit model is een samenwerking tussen de systemen rondom een kind van belang voor een goede ontwikkeling. Bestaande interventies worden echter gedaan binnen één systeem, namelijk de ouders. Voor een optimale ontwikkeling van het kind zou het van belang kunnen zijn om interventies voor de draagkracht van ouders te richten op verschillende systemen. Hier zou in toekomstig onderzoek aandacht aan besteed moeten worden.

Er zijn nog te weinig interventies voor vaders om conclusie te kunnen trekken over de werking ervan. Naast de bestaande interventies voor moeders, zullen er aparte interventies voor vaders moeten worden ontwikkeld, want het is aannemelijk dat er verschillen zijn in de ervaring van vaders tegenover moeders als het gaat om opvoedstress.

Literatuur
Ahern, N. R., Ark, P., & Byers, J. (2008). Resilience and coping strategies in adolescents.         Paediatric Nursing, 20, 32-36. doi:10.7748/paed2008.12.20.10.32.c6903

Bronfenbrenner, U., & Ceci, S. J. (1994). Nature-nuture reconceptualized in developmental      perspective: A bioecological model. Psychological Review101, 568-596.            doi:10.1037/0033-295X.101.4.568

Chang, Y., Fine, M. A., Ispa, J., Thornburg, K. R., Sharp, E., & Wolfenstein, M. (2004).           Understanding parenting stress among young, low-income, African-

American, first-        time mothers. Early Education and Development, 15, 265-282.   doi:10.1207/s15566935eed1503_2

Conger, R. D., & Conger, K. J. (2002). Resilience in Midwestern families: Selected findings     from the first decade of a prospective, longitudinal study. Journal of Marriage and      Family, 64, 361-373. doi:10.1111/j.1741-3737.2002.00361.x

Crnic, K. A., Gaze, C., & Hoffman, C. (2005). Cumulative parenting stress across the   preschool period: Relations to maternal parenting and child behaviour at age 5. Infant         and Child Development: An International Journal of Research and Practice14,           117-132. doi:10.1002/icd.384

Crnic, K., & Low, C. (2002). Everyday stresses and parenting. In M. Bornstein, Handbook of  parenting (pp. 243-267). doi:10.1.1.457.3309

Matud, M. P. (2004). Gender differences in stress and coping styles. Personality and     Individual Differences, 37, 1401-1415. doi:10.1016/j.paid.2004.01.010

May, C., & Fletcher, R. (2013). Preparing fathers for the transition to parenthood:         Recommendations for the content of antenatal education. Midwifery29, 474-478.          doi:10.1016/j.midw.2012.03.005

McBride, B. A., Schoppe, S. J., & Rane, T. R. (2002). Child characteristics, parenting stress,    and parental involvement: Fathers versus mothers. Journal of Marriage and     Family, 64, 998-1011. doi:10.1111/j.1741-3737.2002.00998.x

Östberg, M., & Hagekull, B. (2000). A structural modelling approach to the understanding of   parenting stress. Journal of Clinical Child Psychology, 29, 615-625. doi:10.1207/S15374424JCCP2904_13

Patterson, J. M. (2002). Integrating family resilience and family stress theory. Journal of           Marriage and Family, 64, 349-360. doi:10.1111/j.1741-3737.2002.00349.x

Pilkington, P. D., Whelan, T. A., & Milne, L. C. (2015). A review of partner‐inclusive   interventions for preventing postnatal depression and anxiety. Clinical        Psychologist, 19, 63-75. doi:10.1111/cp.12054

Pinderhughes, E. E., Dodge, K. A., Bates, J. E., Pettit, G. S., & Zelli, A. (2000).

Discipline      responses: Influences of parents' socioeconomic status, ethnicity, beliefs about         parenting, stress, and cognitive-emotional processes. Journal of Family       Psychology, 14, 380-400. doi:10.1037/0893-3200.14.3.380

Rominov, H., Pilkington, P. D., Giallo, R., & Whelan, T. A. (2016). A systematic review of      interventions targeting paternal mental health in the perinatal period. Infant Mental       Health Journal, 37, 289-301. doi:10.1002/imhj.21560
1
Geschreven door Wolf
Geschreven op: 1 juli 2020
Gepubliceerd op: 6 mei 2021
1
5
0

Recente en relevant artikelen