Artikel.nl




De rode kap

De geruchten gingen dat de kap van Roodkapje rood was, omdat ze het drenkte in het bloed van haar slachtoffers. Ze wandelde graag in het bos. Ook nam ze vaak een vriendinnetje mee maar kwam telkens alleen weer terug. Zo raakten er steeds meer kinderen vermist, maar niemand verdacht Roodkapje. Want een klein meisje is toch zeker niet in staat tot zulke gruwelijke daden?

Geschreven door Michelle Timmermans
Gepubliceerd op: 18 mei 2021
4
63
3
Afbeelding door Dylan Leagh via Unsplash
“Grootmoeder, ik ben er weer!”, riep Roodkapje luid. Ze moest wel hard roepen want grootmoeder was bijna doof. Het houten huisje van grootmoeder lag ver afgelegen in het bos, omringd door die rare windgongen. Het gekke was dat die nooit mooi klonken, maar eerder alsof je bot tegen elkaar sloeg wanneer de wind ze aanraakte. “Ja hallo lieve kleindochter, kom binnen. Was het gelukt met bloemen plukken?”. Roodkapje legt de gele tulpen op tafel, doet een stapje terug en richt haar hoofd naar beneden. “Wat is hiermee gebeurd?!”, vraagt grootmoeder woedend en vol ongeloof. “Het spijt me mevrouw! Ik keek niet goed en toen gebeurde het per ongeluk”, zei Roodkapje bang. “Hoe durf je, er zitten allemaal bloedspetters op! En je moet me grootmoeder noemen, dat weet je toch. Mocht iemand ons ooit horen moeten ze wel denken dat we familie zijn.” Grootmoeder haalt diep adem en zegt: ”Zorg ervoor dat het niet nog een keer gebeurt, anders eindig jij net zoals de rest”. Roodkapje keek naar de rest; meisjes van haar leeftijd, elk met een eigen kleur kap. Hun monden dichtgelijmd, hun ogen dichtgenaaid met dik bruin draad gevormd tot een kruis. Allemaal zaten ze aan tafel. Zouden ze vrede en rust hebben? Of was hun dood te bruut daarvoor? “Nee, nee, zo moet ik niet denken. Ik ben het Rode kapje, en die heeft superkrachten zoals mevrouw altijd zegt. Ik bedoel grootmoeder. Met deze kap ben ik onverwoestbaar en slim en sterk en lief en aardig en wordt er misschien ooit van me gehouden”.

Roodkapje ging terug naar het dorp, op zoek naar een nieuw vriendinnetje om mee te spelen. Maar zodra ze het dorp binnen kwam zag ze iets geks; midden op het plein stond bij de watertoren een grote dikke man, met een geruit bloesje. Hij had hoge laarzen, een lange zwarte jas en een oranje snor. Langs hem zat een grote grijze hond met rode ogen. Zoiets had Roodkapje nog nooit gezien en ze liep ernaartoe. “Hallo, ik ben roodkapje”, zei ze vrolijk. “Dag jongedame”, zei de vreemde meneer. Mij noemen ze De Jager en dit is mijn trouwe metgezel Wolfie”. Roodkapje steekt haar hand uit om Wolfie te aaien, maar ze gromde. Snel trok ze haar hand weg en deed een stap achteruit. “Ik moet gaan! Tot ziens meneer De Jager!”. Roodkapje rende het dorp uit en besloot maar zelf te gaan wandelen. Grootmoeder heeft toch nog genoeg aan het vorig meisje wat ze mee had gebracht. Maar net wanneer ze de berg af wil lopen hoort ze geritsel achter haar. Ze schrikt en gilt. In haar ooghoek ziet ze iets bewegen en het komt snel op haar af. Dan hoort ze een stem: “Zeg Roodkapje waar ga je heen, zo alleen, zo alleen? Heb je geen vriendinnetje bij?”. Het is meneer De Jager samen met zijn Wolfie. “Oh, ik ben op weg naar mijn grootmoeder!” “Ach kindje toch, ik loop wel even met je mee. Het is gevaarlijk in dit bos. De geruchten gaan dat er steeds jonge meisjes verdwijnen, ik zou niet willen dat dat met jou gebeurt!” Roodkapje stemt zwijgend toe en raakt met elke stap die ze zetten meer en meer in paniek. Hoe moet ze dit oplossen? Ze wil grootmoeder niet verraden; zij is de enige die er toen voor haar was. Toen iedereen haar in brand wilde zetten omdat ze dachten dat ze een heks was. Alleen grootmoeder accepteerde me. Ik moet soms wel nare dingen doen, maar ja, wie zou dat niet doen om het eigen leven te redden? Toch?

Ze zijn er bijna en Roodkapje maakt een beslissing. Ze trekt haar dolk onder haar kap vandaan en steekt meneer De Jager in zijn been. Snel rent ze naar het huisje en schreeuwt: “Grootmoeder! Er zijn hier grote oren en grote ogen die met mij mee luisteren en kijken. Vlucht nu het nog kan!” Ze doet haar ogen dicht en gilt zo hard als ze kan. Wanneer ze haar ogen weer opendoet ruikt ze een stinkende adem en ziet ze grote gelige tanden. “Wat een grote mond heb je Wolfie!” Grootmoeder ziet hoe Roodkapje opgegeten wordt, maar het laat haar koud. “Jammer van de kap”, zegt ze gevoelloos. Meneer De Jager komt dichterbij het huis en gaat naar binnen; de gruweldaden worden langzaam zichtbaar. De vermiste kinderen zijn in ieder geval gevonden, maar waar is deze zogenaamde grootmoeder heen?
4
Geschreven door Michelle Timmermans
Gepubliceerd op: 18 mei 2021
4
63
3

Comments

  • 4 juni
  • 0
Wow! Van de meeste sprookjes zijn er zoetsappige versies gemaakt en de echte versie van Roodkapje is ook zo'n horrorverhaal.

Mooi geschreven, ik volg je nu :)
  • 4 juni
0
  • 18 mei
  • 0
Interessant!!
  • 18 mei
0
  • 18 mei
  • 0
euhm, hopelijk is grootmoeder niet te dicht bij de grens. Zal ze zich aan de 1,5m regel houden?
Spannend! Ik ga je volgen.
  • 18 mei
0

Recente en relevant artikelen