Artikel.nl




Einde (deel 4)

"Het leven gaat zo snel voorbij. Sneller dan we zouden willen. Sneller dan we gepland hadden. We zijn niet in staat om ons voor te bereiden op dit moment."

Geschreven door Kasia Poltorak
Gepubliceerd op: 7 juli 2021
3
9
3
Paul
Paul
Afbeelding door Eyasu Etsub via Unsplash
***

Ik denk dat ik in slaap was gevallen, want als ik mijn ogen weer open, omringt duisternis mij. Buiten de ramen behoort het enige licht toe aan de straatlantaarns. Het sijpelt warm en zacht door de ruiten. Het raam is nu dicht, wat mij een teken geeft dat de verpleegster hier geweest moet zijn toen ik sliep. De duisternis wordt dikker, sijpelt in mij door de gaten in het perkament dat eens de gezonde huid was van een bijna gezonde man. Het vervult me met angst. Ondanks de heersende warmte, wikkel ik me steviger in het dekbed. De duisternis is koud en doet me rillen. Het raam in de kamer moet gesloten zijn door deze nieuwe jonge verpleegster want het licht is uit. Het licht dat van de monitors komt is te zwak om de duisternis te verlichten. Zelfs het kleine lampje naast het hoofdeinde van het bed brandt niet. Nieuwe weet nog niet dat ik bang ben in het donker als een klein kind. De engste nachtmerries maken me bang. Ik beef, bang voor de angsten die nu onder het bed vandaan kunnen kruipen en de muren binnendringen, om me vanuit parallelle dimensies te bereiken. Vechtend tegen de angst maak ik een mentale notitie om de nieuwe morgen te herinneren aan het absoluut noodzakelijke licht in mijn kamer. Misschien als ik haar het geheim van mijn langzame, of liever versnellende, sterven onthul, zal zij het begrijpen zonder onnodige uitleg. De stilte wordt doorbroken door het geluid van werkende machines. Het waren de bewakers. De bewakers van de dood.

Piibip

Piibip

Piibip
Met aangescherpte zintuigen vang ik niet alleen de geluiden op, maar ook de geur. De hele kamer is doordrongen van de stank van mijn angst, paniek, dood. Als ik de hoofdrol speelde in een of ander stripverhaal, zou een tekenaar een groene mist om me heen schilderen.
Ik kijk met bange ogen de kamer rond op zoek naar vreemde schaduwen, tegelijkertijd zoek ik met mijn trillende hand onder het dekbed naar de afstandsbediening met de magische knop die om hulp roept. Ik kan niet winnen met angst. De duisternis wordt nog groter. Nu is het een bloedworst. De geur, die waarschijnlijk alleen ik kan ruiken, wordt scherper. Mijn paniek begint te stinken.
Wat als ZIJ komt voordat ze de bel kunnen horen? Ze zal door de muur snijden en, in de gedaante van een monster uit de engste horrorfilm, spottend lachen en dan mijn maximum van drie maanden terugbrengen tot een paar seconden? In mijn verbeelding, is ze lang en bleek. De wijde kap van een zwart gewaad bedekt haar gezicht. En hoewel ik haar niet precies kan zien, weet ik hoe ze eruit ziet. De oogkassen glanzen van leegte. Een angstaanjagende duisternis. Uitpuilende jukbeenderen zijn bedekt met gebarsten, grijze huid en een knokige hand klemt zich vast aan een volumineuze mouw. De andere strekt ze naar me uit... Haar wijsvinger steekt in de lucht die hen van haar scheidt, snijdend als het scherpste mes en fluisterend: "Ik heb je..."
Eindelijk vind ik de afstandsbediening en druk uit alle macht op de knop. Uit angst voor de duisternis die mij met haar koude poten omarmde, werden mijn vingers knokig, wat het nog moeilijker maakte ze te bewegen. Het enige wat nu nog rest is rustig ademhalen en wachten in de hoop op snelle hulp.
Na een poosje zwaait de deur naar de hal iets open en zie ik nieuwsgierige gezicht van de Nieuwe. Samen met haar stromen hectoliters vriendelijk licht de kamer binnen vanuit de gang, waardoor ik niet volledig word opgeslokt door de duisternis. In mijn geestesoog zie ik de monsters en haar ontsnappen aan het reddende licht, zich weer onder het bed verstoppen, de muren binnendringen om terug te keren naar de parallelle, angstaanjagende wereld.
- Is er iets mis, Paul? - vraagt de Nieuwe. - Kan ik u helpen?
- Het licht... - fluister ik met trillende stem - het licht was uit. - Ik kan nauwelijks op adem komen. De Nieuwe is duidelijk verbaasd en ik heb de indruk dat ze haar lachen nauwelijks kan bedwingen. Ze doet haar mond al open om te antwoorden, als verpleegster Aafke achter haar rug verschijnt. Een korte, gedrongen vrouw met blozende wangen, energieke bewegingen en een stralende glimlach, staat naast de Nieuwe en kijkt haar ernstig aan en vraagt, terwijl ze haar opneemt:
- Wat is hier aan de hand? Wat is er gebeurd? - De Nieuwe antwoordt niet en zo word ik in een oogwenk het voorwerp van verpleegster Aafkes ondervraging.- Wat is er Paul? - Ze fronst haar wenkbrauwen.
- Het licht, het licht was uit. Ik werd wakker en er was duisternis... - Ik stop, beschaamd door angst die ik niet kan beheersen.
- Petra, ik wil dat je voor eens en altijd onthoudt dat het licht altijd aan moet zijn in Pauls kamer. Hoe vaak kan ik het herhalen? - De verpleegster kookt van woede. Het nieuwe meisje is blijkbaar niet zo'n slimme leerling.
- Excuseer me - gromt ze, draait zich dan om en vertrekt haastig, duidelijk beschaamd. - Het spijt me zeer, meneer Paul. Het zal niet meer gebeuren, ik zal er op toezien. Deze jonge mensen... je begrijpt het. Je kunt ze duizend keer vertellen over de belangrijkste dingen, en ze blijven - hoofd in de wolken, en hun gedachten cirkelen bloederig rond, in plaats van aan het werk te zijn. - Aafkes blozende wangen zijn niet meer blozend, maar bordeauxrood als de zoetste wijn. Met een paar soepele bewegingen strijkt ze het beddengoed en mijn kussens glad. - Kan ik nog iets voor je doen? - Vraagt ze.
- Dank je, ik heb niets anders nodig. - Ik glimlach dankbaar. Aafke glimlacht terug en loopt dan weg, de deur achter zich sluitend. Ik ben weer alleen gelaten. Ik, mijn angsten, gedachten die in mijn hoofd rondspoken en tijd die met elke seconde minder wordt.
***

Ik heb een grote verscheidenheid aan dromen. Soms komen gebeurtenissen van jaren geleden bij me terug, of die van een paar weken geleden. Op deze manier haal ik herinneringen op en herbeleef ik mijn leven. De ergste zijn die over vroegere operaties. De momenten waarop ik me vastklampte aan elke oplossing die de dokters voorstelden omdat het me hoop gaf dat het nog niet voorbij was; dat het nog niet voorbij was.
Het licht is geruststellend, dus ik sluit mijn vermoeide ogen en, de angsten negerend die in mijn onderbewustzijn op de loer liggen, val ik in slaap. Vanavond ga ik terug naar het begin van mijn verhaal.

Ik ga twintig jaar terug in de tijd.
3
Geschreven door Kasia Poltorak
Gepubliceerd op: 7 juli 2021
3
9
3

Comments

  • 9 juli
  • 1
Wat een mooie schrijfstijl en zo aangrijpend Kasia
  • 9 juli
1
  • 8 juli
  • 0
Prachtig geschreven, ik hang nog altijd aan je verhaal vastgelijmd, zo intens verteld. Mooi.
  • 8 juli
0
  • 8 juli
  • 0
Ik ben blij dat deel 5 er ook al op staat, snel verder lezen
  • 8 juli
0

Recente en relevant artikelen