Artikel.nl




Hoe introduceer je je personage? (deel 6 van de schrijfreeks)

Julie is 17 jaar oud. Ze heeft blauwe ogen en blond haar en heeft een gemiddelde lengte voor een meisje. Ook draagt ze vaak jurkjes en heeft ze haar lievelings armband altijd aan. Saai toch, als dit het begin is van je boek? Maar hoe introduceer je je personages dan wel?

Geschreven door Lana Ederveen
Gepubliceerd op: 7 juli 2021
0
2
0
Afbeelding door David Monje via Unsplash
Personages verzinnen + uitwerken:

Eerst en vooral moet je je personage verzinnen en uitwerken. Als je nog niets weet van je personage, behalve de naam, dan wordt het al heel moeilijk om erover te schrijven en het juiste beeld te scheppen. Dus werk je personage eerst uit op een apart blad. Denk hierbij aan uiterlijk maar vooral ook aan het innerlijk. Meestal denken mensen dat het uiterlijk belangrijker is om je personage te introduceren in je boek, maar dat is niet zo. Tuurlijk wil je wel een beeld hebben van hoe het personage eruit ziet, maar het innerlijk is veel belangrijker voor het verhaal. Hiermee bepaal je letterlijk het verdere verloop van je verhaal, want alles hangt af van de hoofdpersonage.

Geef je personage eigenheid en een passende naam. Probeer clichés te voorkomen en zorg ervoor dat er een heel nieuw personage ontstaat. Met eigen typische gewoontes die je dan in het verhaal kunt verwerken. Of een typische zin die hij/zij altijd zegt. Maar ook dingen die het personage leuk of juist niet leuk vind. Zo geef je je personage eigenheid, en dat is wat je wilt in een verhaal. Bedenk dan ook een passende naam. Als je personage een immigrant is uit het Midden-Oosten, dan moet je die bijvoorbeeld geen Bart noemen, want dat is een typische naam voor bij ons. Of als je personage in een kasteel woont, noem die dan niet Jantje, maar Frederick. Zo zorg je ervoor dat de naam en het karakter van je personage bij elkaar passen.

Schets dan zijn/haar verhaal in grote lijnen. Dit moet geen spectaculair verhaal te zijn, zoals dat zijn beide ouders zijn gestorven in een auto ongeluk, of dat zij jarenlang is mishandeld geweest. Maar het kan gaan om kleine dingen zoals dat zij diabetes heeft en daar altijd al wel last van heeft gehad, of dat een van zijn ouders uit het buitenland komt en dat hij zich daardoor wat anders voelt dan de rest. Maar geef je personage een verhaal. Een reden waarom hij/zij nu zo is. Kruip in de huid van die persoon en bedenk hoe jij zou zijn als jij alles had meegemaakt wat die heeft meegemaakt. Bedenk dan ook een paar angsten die hij/zij heeft opgelopen of gewoon altijd al had. Dit kan je verhaal interessant gaan maken, als je personage een keer uit zijn comfortzone moet gaan en geconfronteerd wordt met zijn angsten.

Zorg er ook voor dat je personages niet te veel op elkaar lijken, maar dat ze juist heel divers zijn. Ook de namen. Als je bijvoorbeeld een Alicia en een Alix in je verhaal hebt, wordt het ingewikkeld voor de lezer en misschien ook wel voor jou. Zorg er dus voor dat je namen ver genoeg uit elkaar liggen. Tenzij het natuurlijk belangrijk is voor je verhaal.
Je personage introduceren:

Nu je de verschillende personages hebt, kan je ze beginnen introduceren in je verhaal. Hoe doe je dat zonder dat het saai wordt om te lezen?

Doe dit niet in bullet points. Dan geef je eigenlijk gewoon een lijstje met karaktereigenschappen en uiterlijkheden. Dit is saai om te lezen, dus de lezer zal heel makkelijk afhaken. Doe het in plaats daarvan doorheen het verhaal. Zo leer je het personage kennen in kleine stukjes en komt niet alles binnen als een brok informatie.

Probeer zeker niet letterlijk alles te vertellen. Dus niet: Julie heeft blond haar. Maar eerder: Julie bindt haar blonde haar in een paardenstaart. Zo vertel je niet letterlijk aan de lezer dat ze blond haar heeft, maar doe je dit doorheen een handeling. Dit is veel leuker om te lezen en om te schrijven. Je kan hier ook werkwoorden voor gebruiken. Haar blauwe ogen knipperen snel de tranen weg. Haar haren wapperen in de wind. enz.

Gebruik ook de omgeving. Zeg niet: Julie is vaak verlegen bij mensen die ze niet kent. Maar bewijs het. Laat haar in een situatie komen met mensen die ze niet kent en laat haar dan verlegen zijn. Ze leer je ook mensen in het echte leven kennen. Niet doordat ze een hele beschrijving van zichzelf geven, maar doordat je ze bezig ziet in situaties.

Verwerk er ook voorwerpen in. Je kan in plaats van te zeggen dat ze rijk is, zeggen dat ze in dure auto heeft, of een hele kast vol merkkleding. Dit doe je dan ook niet letterlijk, maar in haar handelingen. Julie stapte in haar gloednieuwe Mercedes en reed weg.

Laat ook steeds dezelfde gewoontes terugkomen in je verhaal. Zo creëer je herkenning in je verhaal en heeft je personage een echt persoonlijkheid. Doe dit echter niet te vaak, want dan wordt het saai, zeker als je dit steeds uitgebreid verteld. Als Julie bijvoorbeeld elke ochtend koffie gaat drinken in het koffiehuisje op de hoek, dan moet je dat niet altijd beschrijven, dan kan je ook eens zeggen: Na haar dagelijkse koffie … of iets dergelijks.


Dit was deel 6 van de schrijfreeks. Ik hoop dat jullie hier wat aan hadden. En zoals altijd mag je bedenkingen of extra’s in de comments achterlaten.
0
Geschreven door Lana Ederveen
Gepubliceerd op: 7 juli 2021
0
2
0

Recente en relevant artikelen