Artikel.nl




Ten Huize Pistoni: Hoofdstuk 1

Huizen hebben een geschiedenis die geëtst is in hun stenen, die uitgeademd wordt uit hun voegen, die je enkel maar kan kennen en proeven als je binnenkomt.

Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 6 juli 2021
7
52
15
Afbeelding door Victor Chaidez via Unsplash

Op zolder

Mijn ogen moesten even aan het halfduister wennen. Ik had er niet echt op gelet, maar ik zag dat de deur achter mij was toe gevallen. Nu was niet het moment om naar buiten te rennen en te beweren dat ik mij toch op het laatste moment had bedacht. Ik knipte mijn zaklamp aan. Voor mij zag ik een trap omhoog lopen naar de eerste verdieping. Ik wist van Frank dat al de moorden op die verdieping waren gepleegd. Misschien toch eerst de rest verkennen voor ik de moed kreeg om daarboven wat rond te spoken. Bij de gedachte aan het woord liep er een koude rilling over mijn rug. Ik zag dat de muren er overal vervallen uit zagen, alsof ze nog amper met mortel bijeen waren gehouden en enkel wachtten op mijn verschijning om uiteen te vallen. Spinnenwebben dansten op een onzichtbaar windje in het licht van mijn zaklamp. Spinnen zijn wezens van deze aarde en ik was er nooit bang van geweest, althans niet tot dit moment.

Heel stil zette ik een paar passen verder en hoorde de vloer vervaarlijk kraken. Zou ik hier plotseling door de vloer zakken en in een of andere martelkamer terecht komen? Ik stelde mij van alles voor en mijn ongebreidelde fantasie zorgde niet echt voor zielenrust op dat moment.
Zowel links als rechts van mij was er een kamer die paalde aan de straatkant. Volgens mij was rechts ooit een bureau geweest waar Armand Pistoni zijn zaken afhandelde. Daar had hij, nog altijd volgens de volkse overlevering vele mensen het leven zuur gemaakt. Het scheen dat hij niet veel geduld had met zachte zielen omdat hij zelf als een beenharde commerçant door het leven ging. Links was een klein salon of althans de overblijfselen ervan. Een oude salontafel die op z’n kant lag omdat hij één van zijn poten mistte, deed mij in die richting denken. Overal moest ik de weg vrijmaken van het spinrag en dacht toen aan die enge film die ooit had gezien met die getransformeerde spinnen die zo groot waren als paarden als gevolg van een misgelopen nucleair experiment. Ik probeerde mijn fantasie in het gareel te houden, wat mij na een aantal tellen toch redelijk lukte. Ik passeerde de trap en stapte in de richting van wat de keuken moest zijn. Ik zag een tot in zijn voegen geroeste dubbele afwasbak en kasten met afhangende deuren die ooit een beter leven hadden gekend. Toen een voorwerp tegen de grond kletterde, sprong ik bijna bovenop de keukentafel die er nog degelijk uit zag.

In een vlugge beweging had ik een lang gestaart beest zien wegglippen in de schijn van mijn zaklamp. Jakkes, ratten! Daar had ik niet echt aan gedacht. Wat hadden die hier te zoeken? Hier was toch geen voedsel meer of lag er hier nog iets te rotten. Ik rook meeldauw op de muren en misschien ook de rotte geur van hout. Niets wat je anders ook in andere vervallen huizen aantreft. Mijn zoektocht ging verder door wat waarschijnlijk de leefruimte was geweest. Het lag vol met stapels kranten. De heer Pistoni was dus een verzameling van nieuws. Toen ik even door de hopen papier keek, zag ik dat ze in het Albanees waren, dus begreep ik er geen jota van. Voor de rest waren er nog wat gammele meubelstukken die de tand des tijd amper hadden overleefd. Ik keerde op mijn stappen terug en wou juist de trap die zich nu links van mij bevond opstappen toen ik een vreemd geluid hoorde. Het klonk melodisch en op zich wel aantrekkelijk was het niet dat ik mij in een gerenommeerd spookhuis bevond. Hoe kon dit? Waren mijn vrienden mij een poets aan het bakken? Ik volgde de melodie de trappen op. Stapje voor stapje kwam ik hoger. Toen mijn ogen op dezelfde hoogte kwamen als de overloop zag ik terug een van die beesten die ik zo verfoei.

Ratten zijn een gebroed van bacteriën en ziektes in het algemeen. Het was niet alleen dat ik ze vies vond, ik was er ook bang van. Die priemende kraaloogjes en die kleine pootjes die bijna handen leken als ze iets aan het eten waren. Was het niet dat ik een weddenschap had aangegaan, ik keerde nú op mijn stappen terug, maar de melodie, als een lied van een sirene trok me verder de trap op tot ik uiteindelijk op de overloop stond. Ik zag een viertal deuren. Naar alle waarschijnlijkheid de drie slaapkamers en een badkamer, vulde mijn analytische geest direct in. Het geluid kwam echter van hoger. De zolder? Ik zag geen trap naar de zolder, hoewel ik zeker wist dat die er was. We waren dikwijls genoeg met de fiets langs het bouwvallige huis gereden en wisten dat het huis bestond uit benedenverdieping, eerste etage en daarboven de zolder… met torenspits zoals alle goede griezelhuizen. Toen zag ik in de hoek van de overloop een staaf staan met een haak op het uiteinde. Ik wist wat me te doen stond. Ik lichtte wat bij en zag het oog waar de haak in paste. Toen ik de haak van de staaf in het oog peuterde en trok, gaf hij wat weerstand. Na een tweede poging lukte het maar ik moest uit alle macht en kracht die ik in mijn spieren had, achteruit springen. De uitschuifbare trap ramde zich naar beneden en was ik niet weggesprongen, die trap had mij in mijn borst geboord. Het koude zweet was mij uitgebroken, maar ik zou hier, nu dat ik de melodie beter hoorde, niet stoppen. Met de zaklamp en de staaf met haak in de aanslag kroop ik op de trap en voetje voor voetje stapte ik naar boven. De zolder was volledig leeggehaald op één voorwerp na. In het licht van mijn lamp zag ik een kleine speeldoos die met het deksel openstond. Een kleine ballerina draaide in het rond op de tonen van het lied dat ik nu heel goed hoorde. Ik hees mij op de zolder en ging naar het muziekdoosje toe. Mijn moeder had er ook een dat ze nog van haar moeder zaliger had gekregen. Niets mysterieus, maar waarom stond dat ding hier en nu te spelen. Ik dacht weer aan mijn vrienden, maar was niet zeker of zij zouden durven. Ik boog mij voorover en strekte mijn hand om het doosje op te nemen. Op het moment dat ik het aanraakte stopte het met spelen. De ballerina stond stil en keek me aan met haar superkleine blauwe ogen. Heel beschuldigend alsof ik haar had gestoord in haar dansje. Ik draaide het ding rond en liet het bijna met een schreeuw vallen toen het ding mij prikte. Bloed welde uit een kleine wonde uit mijn duim en een druppel viel op de grond. Op dat moment hoorde ik het snikken.
7
Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 6 juli 2021
7
52
15

Comments

  • 10 juli
  • 1
Wow, zo spannned! En zo goed geschreven. Ik ga gelijk de tweede deel lezen!
1
  • 7 juli
  • 1
Spannend!
1
  • 7 juli
  • 0
Hierbij link naar proloog:https://artikel.nl/ten-huize-pistoni-1410
  • 7 juli
0
  • 7 juli
  • 1
Spannenddd! Ik kijk uit naar het volgende deel Rudi.
1
  • 7 juli
  • 1
Spannend geschreven doet me verlangen naar Hoofdstuk 2.
1
Laad meer

Recente en relevant artikelen