Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Haat-liefde

Ze zag hem staan. Zoals gewoonlijk stond hij daar in zijn eigen hoekje. Dag in dag uit...

Geschreven door Elisabeth van der Ark
Gepubliceerd op: 1 nov 2021
4
49
6
Haat - liefde een verhaal van Elisabeth van der Ark
Haat - liefde een verhaal van Elisabeth van der Ark
Afbeelding door Emad Kolahi via Unsplash
... zag ze hem daar staan. Ze haatte hem. Sonja wist niet dat ze zo kon haten. Ze wist wel dat ze kon liefhebben. Daar wist hij ook alles van. Ze kon hartstochtelijk liefhebben. Wanneer ze verliefd was dan gaf ze zich volledig. Daar was hij zo blij mee. Hij merkte ook dat ze hem nu haatte. De toon waarop ze sprak, de blik in haar ogen, zo koud, daar zou de vriezer zonder stroom mee kunnen vriezen. Zo koud. Hij wist ook dat het niet aan hem lag, dat ze hem nu zo haatte. Hij kon er niets aan doen. Hij deed alleen maar wat zij wilde. Zo gewillig was hij. Als alles en iedereen zo gewillig was, zou het een hele saaie maatschappij zijn. Maar hij wist niet beter. ze pakte hem vast, schudde hem flink door elkaar, en zei sissend tussen haar tanden, ik gooi je nog eens over balkon, echt, ik vermoord je nog eens. Wat ben je toch vreselijk. Hoe heb ik je toch in mijn huis kunnen toelaten. Ze liet hem los en ze ging naar de keuken. Hij gaf geen krimp en wist in feite al wat er ging gebeuren.

Een diepe zucht en ze kwam als het ware weer tot haar positieven. Ze keek om zich heen en schrok eigenlijk niet meer van de troep. Ze begon de troep op te ruimen. Half opgegeten kaasbroodjes, gewoon gegeten, zonder op te warmen, recht uit de vriezer. Een halve pot pindakaas, met haar vinger leeg gelepeld. Hagelslag, op de grond en haar blouse. Brie, satésalade. Alle verpakkingen had ze opengemaakt en er happen uit genomen, uitgelikt of leeg gelepeld. Wanneer ze in zo’n bui was raakte ze alle gevoel voor decorum kwijt. Het fruit lag nog onaangeroerd op de fruitschaal. De kersen stonden nog gewoon in de koelkast. Daar vergreep ze zich nooit aan, aan gezonde kost. Het was altijd de troep, de snacks, het volvette broodbeleg. Dat vet, waar je zo van opknapt. Tijdelijk. Dit alles overdenkend ruimde ze de troep op. Ze wilde niet dat haar kind het zag. Ze moest snel boodschappen doen, want kleine Jeroen wilde altijd een boterham met pindakaas, en tja, die pot had ze dus half leeg gelepeld. Eerst een douche, want ze zag er niet uit. De etensresten zaten in haar gezicht. In het haar zat de pindakaas en in haar beha de hagelslag. Snel, ze zag dat ze nog 20 minuten had. Gelukkig had ze kort haar, wat niet geföhnd hoefde te worden. Opmaken deed ze ook maar zelden, dus dat scheelde ook weer een berg tijd.

Sonja pakte een winkelwagentje, liep ermee door het hekje. Zoals altijd liep ze doelgericht door de winkel. Niet te veel zei ze tegen zichzelf. Het geld is bijna op dus je weet dat je voorzichtig moet zijn met het geld. Bij de kassa aangekomen hoopte ze dat ze alles kon afrekenen. Het is zo vaak al gebeurt, dat ze artikelen moest achterlaten. Daarom nam ze steeds een andere supermarkt. Ze schaamde zich daar voor. Soms moest ze twee keer per dag naar de winkels. Dan ga je niet steeds naar dezelfde supermarkt. Ze moest ook weleens naar de discounter. Het nadeel daarvan is dat veel in grootverpakkingen zit. Misschien moest ze toch maar hulp gaan zoeken. Zo kon het echt niet langer meer. De eerste stap was naar de huisarts en die ging ze morgen nemen.

De boodschappen ruimde ze snel op en maakte de boterham met pindakaas voor Jeroen. Ze werd misselijk van de lucht. Met haar hand voor de mond snelde ze naar het toilet. Ze kotste haar lichaam leeg. De tranen liepen over haar wangen, haar maag deed pijn. Haar slokdarm maakte haast als vanzelf nog anti-peristaltische bewegingen. Ze voelde zich zo moe, zo ongelofelijke moe. De laatste keer dat ze zich zo moe had gevoeld was na de bevalling van Jeroen. Toen was er ook vreugde, ondanks de 24 uur weeën. Maar vandaag is er geen reden tot vreugde. Mam waar ben je. Jeetje daar was hij, snel veegde ze haar gezicht schoon. Hoi schat, hier ben ik en hier is je boterham. Kopje thee erbij? Nou dat wilde Jeroen wel. Mam wat zie je er raar uit. Je bent toch niet ziek? Nee hoor jongen, maak je maar geen zorgen. Niks aan de hand. Morgen zou ze een afspraak maken me de huisarts.

Sonja was nu 6 maanden bezig met de behandeling. Ze was twee keer teruggevallen, maar was haar verteld, daar moest ze rekening mee houden. Het kon nog vaker gebeuren. De laatste keer dat het gebeurde, had ze in de winkel echt een probleem. Haar rekening was leeg, ze kon geen pinbetaling doen, haar portemonnee was leeg. Ze had een pot pindakaas in haar jaszak gedaan. Gelukkig was die onopgemerkt gebleven. Hoe had ze het Jeroen moeten vertellen. Dat kon ze niet. Toen ze thuiskwam zei ze het tegen hem. Door jou had Jeroen bijna geen boterham met pindakaas gehad. Ze maakte snel de boterham.

Ondertussen welde de woede op, als hete lava in een vulkaan, zo kolkte de woede. Ze ging naar hem toe. Pakte hem, liep naar balkon. Balkondeur open. Ze voelde geen weerstand, het leek wel of hij het goed vond. Gelaten en gewillig. Ze gaf hem nog één keer een kwade blik, hing hem over de balkonrand, en liet één voor één haar vingers los. Daar ging hij, hij buitelde naar beneden. Sonja had gedacht dat het wel sneller zou gaan, maar het viel tegen. Een klap, hij had de grond bereikt. Mensen keken omhoog, ze trok zich snel terug, maar ze was gezien. Er werden telefoontjes gepakt, er werd gebeld en foto’s gemaakt. Sonja voelde de tranen branden, ze voelde een leegte en keek weer naar beneden. Daar lag hij, zijn ingewanden lagen verspreid over de straat. Er kwamen steeds meer mensen naar de plek er werd naar omhoog gewezen.

De politie kwam eraan en belde bij aan. Ze opende de deur en liet de politie binnen. Daar deed ze haar verhaal. Dat zij hem zo haatte, hij deed nooit wat zij wilde, ondanks dat hij zo gewillig was. De politieagent zei: 'maar mevrouw beseft u wel wat u heeft gedaan?'
'Natuurlijk' zei Sonja.
'Oh, dus u wist eigenlijk wel dat u iemand had kunnen beschadigen of vermoorden.'
'Nou vermoorden', sprak ze verbaasd.
'Ja' zei de politieagent, 'vermoorden.
Sonja zei: 'ik heb nog gekeken of er niemand aankwam hoor, anders had ik het echt niet gedaan.' De politieagent merkte nog op dat de rommel wel moest worden opgeruimd, want het was haar rommel. Ze liep naar beneden met de agent.
De agent zei: 'en toch is het zonde, want nu moet u weer een nieuwe vinden.'
Waarop zij zei: 'hier in huis komt nooit meer een weegschaal. Echt nooit meer, wanneer je begint met het lijnen dan is er ware liefde. Hij geeft de juiste cijfers aan, maar wanneer je stopt met lijnen, dan ga je hem haten. Want dan klimmen de cijfers weer heel snel omhoog. Kilo’s erbij gaat sneller dan de kilo’s eraf. Maar ja, ik ben in therapie dus deze keer gaat het me lukken.'

De agent kwam nog vaak langs voor een kletspraatje en de liefde voor elkaar bloeide op. Sonja had af en toe een terugval, maar met de steun van haar lieve agent was het leven leuker en warmer. En wegen deed ze één keer per week op de sportschool, waar ze zich had aangemeld samen met haar agent.

DISCLAIMER: dit verhaal is een verzinsel van mij. Naar mijn beste weten is het nog nooit in werkelijkheid gebeurd.
Dank je wel voor het lezen van dit artikel. Nieuwsgierig naar meer recepten? Scan de QR code voor meer ...
Dank je wel voor het lezen van dit artikel. Nieuwsgierig naar meer recepten? Scan de QR code voor meer ...

QR Code

Kun je de QR code niet scannen. Geen probleem hieronder staat mijn naam. Klik daar op en je komt op mijn overzichtspagina.
4
Geschreven door Elisabeth van der Ark
Gepubliceerd op: 1 nov 2021
4
49
6

Comments

  • 22 nov
  • 1
Mooi
  • 22 nov
1
  • 9 nov
  • 0
Heel mooi en leuk verhaal, Elisabeth.
  • 9 nov
0
  • 3 nov
  • 1
Heel leuk geschreven!
1
  • 3 nov
  • 0
Dank je wel!
  • 3 nov
0
  • 1 nov
  • 0
Weer heel leuk geschreven!
0
  • 3 nov
  • 0
Dank je wel!
  • 3 nov
0

Recente en relevant artikelen