Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Onrust over Donkerplas: Hoofdstuk 1

Wat als dieren konden spreken en gevoelens hadden, net zoals jij en ik? Dan is dit avontuur een uit het dierenleven gegrepen verhaal.

Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 6 aug 2021
10
147
16
Afbeelding door Dalibor Perina via Unsplash
“It is just my imagination that flies, While she is wrapped up in her bedsheets like a nest.” ― Kiera Woodhull, Chaos of the Mind

Voor zij die weten dat dieren spreken en het willen begrijpen. Voor zij die hun taal begrijpen maar het niet durven zeggen. Voor zij die spreken als een beest en die wij nooit zullen verstaan. Voor zij die vast op hun voeten staan, ze zullen nooit vliegen Op woorden van ongebreidelde fantasie. © Rudi J.P. Lejaeghere

Je zag hem bijna niet, zo goed ging hij op in de natuur. De kleuren van zijn veren vermengden zich perfect met de vele tinten van het bladerdak. Meester Boehoe, de wijste uil van uren in de omtrek, was zoals iedere dag nog laat aan het werk. Laat voor sommige bewoners van Woudheuvel, die al lang onder de zoden of tussen de bladeren in de bomen verdwenen waren.

Eigenlijk was het nog redelijk vroeg voor hem want het was nog niet echt donker. De warmte van de dag was voor het grootste deel verdwenen maar iets van een belofte voor de volgende zomerdag bleef nog wat zweven in de schemering tussen de kruinen van de bomen. Straks zou het kouder worden wanneer de mensen sliepen en Luna van achter de wolken tevoorschijn kwam. Dat was het beste moment voor Meester Boehoe om zijn zaakjes te regelen en er was nog zoveel te doen.
Zijn scherpe vederoren hadden het zachte geluid opgevangen nog voor zijn ogen Rocky hadden opgemerkt. Rocky was reeds op pad om binnen te sluipen in de mensenhuizen die niet zo goed beveiligd waren tegen ongedierte. Een rat op dievenpad kon je moeilijk vertrouwen en Rocky was geen uitzondering op zijn soortgenoten.

Even liet Meester Boehoe zijn stoïcijnse houding varen voor wat het was en knipperde één enkele keer traag met zijn uilenogen. Hij was duidelijk niet in zijn nopjes toen hij zag dat Rocky de rat even omhoog keek en zijn dikke staart omhoog stak. De rat had hem gezien en liet hem een poepie ruiken, niet dat Boehoe er veel last van had. Hij moest het vooral van zijn ogen en oren hebben. Die waren goed genoeg om zich hoog verheven te voelen boven het denigrerend gebaar van een simpele bruine rat die om te overleven de riolen van de mensen moest afschuimen. ‘Bah,’ dacht hij even, terwijl hij zijn hoofd een heel eind meedraaide om Rocky op zijn weg te volgen.

Zijn blik ving een andere beweging op. Een stukje bruin waar Rocky juist voorbij was gegaan bewoog met een sprongetje. Ach ja, dacht Meester Boehoe, alle viezeriken zijn weer op weg vannacht. Vads de pad had waarschijnlijk gewacht tot Rocky voorbij was getrippeld, niet dat Vads bang was van die rat. Normaal gezien zou de rat hem geen aandacht schenken, maar Rocky was zo vals als een hond met tandpijn. Hij kon in één twee drie zijn plannen wijzigen en het plots leuk vinden om zomaar eens op een pad te jagen. Gewoon om dat hij het leuk vond. Een beet van een bruine rat was altijd een risico. Wie weet in welke hoop vuilnis hij de vorige dagen geneusd had.

De meeste nachtbewoners van Woudheuvel begonnen nu tekenen van leven te vertonen. Na een welverdiende dag rust, kropen, slopen of vlogen ze hun schuilplaats uit. Skull de doodshoofdvlinder was op zoek naar wat honing. Vads was op weg naar Donkerplas waar hij waarschijnlijk wat voedsel zou zoeken aan de rand van de kleine vijver in Woudheuvel.

De gloed die Meester Boehoe in de verte zag, was nieuw voor hem. Het was niet de zon die zijn opkomst aan het maken was. Daarvoor was het de verkeerde richting en tijd. Ergens diep binnenin wist hij dat dit enkel narigheid betekende voor hem en zijn medebewoners van Woudheuvel.
Een rode waas danste in een lange brede lijn boven de horizon. Alsof iedere bewoner van zijn dorp de dreiging voelde, was het onheilspellend stil. Veel te stil. Je hoorde geen rat meer kruipen, geen pad door de bladeren op de grond sluipen. De normale geluiden van het woud waren plotseling gestopt. Een voorteken van onheil.

Even keek hij in de richting van de stad. Daar was ook niemand te bespeuren, het was nog veel te vroeg voor hen. Zou hij alarm slaan? Of was hij zoals altijd overbezorgd? Toen zag hij het heel duidelijk in de verte. Woudheuvel brandde!

© Rudi J.P. Lejaeghere
10
Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 6 aug 2021
10
147
16

Comments

  • 8 aug
  • 1
Die namen geweldig, Woudheuvel lijkt me een spannende plaats x
1
  • 6 aug
  • 1
Weer een mooi, spannend verhaal.
1
  • 6 aug
  • 2
Heerlijk spannend!
2
  • 6 aug
  • 1
:o nee! Bescherm de dieren... Bel de pelicanen brandweer.
1
  • 6 aug
  • 1
Oei oei.
1
Laad meer

Recente en relevant artikelen