Artikel.nl




Editorial Approved Badge

Ten Huize Pistoni: Hoofdstuk 4

Huizen hebben een geschiedenis die geëtst is in hun stenen, die uitgeademd wordt uit hun voegen, die je enkel maar kan kennen en proeven als je binnenkomt.

Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 10 juli 2021
10
64
16
Afbeelding door Victor Chaidez via Unsplash

De verwijzing

Mijn vrienden waren op tijd op de afgesproken plaats. Ik vertelde hen over mijn vreemd bezoek in de nacht. Ik wou hen niet bang maken en daarom verzweeg ik de griezelige stem van die pappie die ik had gehoord. Dat kon niemand anders geweest zijn dan Armand Pistoni. Ik vreesde dat ik hun hulp niet zou krijgen bij mijn onderzoekingstocht als ik hen de toon van het gesprek volledig zou verhalen. Ik dacht dat zij mij voor gek zouden verslijten. Misschien dat ze het zouden wijten aan die prik met de naald en dat ik een nachtmerrie had gehad door ontstekingsstoffen in mijn bloed. Moest ik zelf in hun schoenen hebben gestaan, ik zou ook mijn twijfels hebben. Vreemd genoeg was Frank de enige die mij wat scheef bekeek. Gino en Christa hingen aan mijn lippen en dachten dat het allemaal een sprookje was dat waarheid werd. “Het is omdat ik anders toch niets heb te doen vandaag. Oké, Thomas, wat stel je voor? Gaan we nu samen eens binnen in dat huis? Ik wil ook wel eens die zolder van dichtbij zien.” Frank lachte wat en toen wist ik zeker dat hij mij niet geloofde. “Misschien moeten we in de bibliotheek gaan zoeken naar aanknopingspunten,” liet ik mij niet van de wijs brengen. “We hebben daar beschikking over wifi en een goede desktop, daarbij de bib zal zeker wel wat boeken hebben over Albanië. Misschien staat er zelfs iets in van die bloedvete waar Jo… uh, die verschijning het over had.” We trokken op onze fietsen richting centrum en gauw zaten we in de leesruimte van de bibliotheek naast de computer. Ik had een aantal boeken bijeen geschaard die met Albanië hadden te maken. Mijn buit was echter pover en behandelde eerder de heel wat oudere geschiedenis van het land dan iets over de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Frank had onder toezicht van de jongere leden van onze bende, de computer opgestart en was nu in de zoekmachine aan het zoeken naar de naam Pistoni. “Haha,” lachte hij plots, “weet je wat ‘pistoni’ in het Albanees wilt zeggen?” Wij moesten het antwoord schuldig blijven, want hij bedekte wat onhandig met zijn arm het scherm omdat we niet zouden spieken.
“Niemand?” vroeg hij nogmaals.

“Ga je het nu gauw vertellen, Frank? Of hou je ons liever nog een uurtje of wat aan de lijn?” Ik had antwoorden nodig en al dat getalm maakte me boos. “Oké, het is al goed, ik zie dat je niet goed hebt geslapen. Je vriendinnetje heeft je echt wakker gehouden, hé,” sneerde hij nog na. Hij haalde zijn arm van het scherm en we zagen in ‘Vertalen Google’ staan dat pistoni niets anders dan ‘zuiger’ betekende. “Whoahahaha, Pistoni is een zuiger, een vampier…” griezelde Frank met een spookachtige stem. Zijn stem kon bijlange niet aan het griezelgehalte dat ik in die andere stem vannacht had gehoord en ik was dus zeker niet geïmponeerd. “Kom, Frank, Laat die geintjes achterwege, zo geraken we niet verder.” Ik probeerde het op een vriendelijke manier en dit werkte beter. Frank begon de naam in de browser in te voeren samen met wat jaartallen. We kregen een hele waslijst te zien van artikelen die naar zuigers van auto’s verwezen, ja dat waren natuurlijk ‘pistoni’s’ van een heel andere soort. Een Barolo, een goede wijn uit Piedmont, Italië die ‘Pistone Luigi Barolo Reserva’ heette. Maar zo goed als niks over personen met die naam Pistoni uit Albanië.

De sfeer was ontmoedigend. We, in alle geval ik, had er meer van verwacht. Hoe zouden we nu meer over die bloedvete kunnen vinden? Ik zag dat Christa met de bibliothecaresse aan het praten was. Dat was op zich niet vreemd, want iedereen kent iedereen in Oostkant. Met een oplichtend gezicht, fier als een gieter, kwam Christa terug naar ons tafeltje.
“Je moet niet altijd sterk zijn om iets te vinden, je moet alleen weten goed na te denken,” vertelde Christa ons met een ondeugende lach op haar gezicht. Ik zag dat Christa iets in haar hand hield. Een klein papiertje met iets opgekrabbeld. “Wat is dat?” vroeg ik terstond, want ik wist dat haar geheimzinnigheid met dat krabbeltje had te maken. “Dit is het adres van Erion Bogdani, een neef van Armand Pistoni. Hij woont net over de grens van Oostkant in Kleinheuvel. We kunnen er met de fiets naar toe. Het schijnt dat hij al stokoud is, maar heel wat van de familie Pistoni af weet.” Iedereen keek met verraste ogen naar de kleinste van onze groep, die blijkbaar meer verstand had dan wij allen te samen. “Formidabel, Christa, je bent de beste, laten we er vlug naar toe fietsen. We kunnen nog terug zijn voor het avondeten.” We hadden geen aansporing nodig, maar vlogen onder misprijzend oog van de bibliothecaresse als een stormwind naar buiten, op onze fietsen en sloegen de richting naar Kleinheuvel in.

©Rudi J.P. Lejaeghere
05/07/21

10
Geschreven door Rudi Lejaeghere
Gepubliceerd op: 10 juli 2021
10
64
16

Comments

  • 16 aug
  • 1
Ze hebben toch wel netjes dankjewel gezegd tegen de bibliothecaresse?
1
  • 10 juli
  • 1
Goed geschreven.
1
  • 10 juli
  • 1
Ik kijk al uit naar het vervolg Rudi!
1
  • 10 juli
  • 1
Mooi en spannend, zoals altijd Rudi. Supergoed geschreven!
1
  • 10 juli
  • 1
Mooi en spannend, zoals altijd Rudi. Supergoed geschreven!
1
Laad meer

Recente en relevant artikelen